Algemeen

In de LSFVP-nieuwsbrief van november 2016:

Deze nieuwsbrief kwam uit op de Dag van de Mantelzorger, en dat was geen toeval. De LSFVP breidt haar familievertrouwenswerk in twee regio’s uit naar de gemeentelijke en eerstelijns zorg. Dat betekent dat mantelzorgers van mensen met psychiatrische of verslavingsproblemen altijd terecht kunnen bij een familievertrouwenspersoon, ook als de cliënt niet in behandeling is bij een specialist of ggz-instelling.

Lees of print onze nieuwsbrief in pdf >

Professionals in de ggz

LSFVP-nieuwsbrief november 2016

Deze nieuwsbrief kwam uit op de Dag van de Mantelzorger, en dat was geen toeval. De LSFVP breidt haar familievertrouwenswerk in drie regio’s uit naar het sociaal domein en de eerstelijnszorg. Dat betekent dat mantelzorgers van mensen met psychiatrische of verslavingsproblemen altijd terecht kunnen bij een familievertrouwenspersoon, ook als de cliënt niet in behandeling is bij een specialist of ggz-instelling.

Lees of print onze nieuwsbrief in pdf >

Familie en naastbetrokkenen

LSFVP-nieuwsbrief november 2016

Deze nieuwsbrief kwam uit op de Dag van de Mantelzorger, en dat was geen toeval. De LSFVP breidt haar familievertrouwenswerk in drie regio’s uit naar het sociaal domein en de eerstelijnszorg. Dat betekent dat mantelzorgers van mensen met psychiatrische of verslavingsproblemen altijd terecht kunnen bij een familievertrouwenspersoon, ook als de cliënt niet in behandeling is bij een specialist of ggz-instelling.

Lees of print onze nieuwsbrief in pdf >

Over de LSFVP

Project Sociaal Domein van start

De LSFVP start met familievertrouwenswerk in het sociaal domein. Dat betekent dat ook familie en naastbetrokkenen van cliënten die niet in zorg zijn bij een ggz-instelling aanspraak kunnen maken op de ondersteuning van een familievertrouwenspersoon.

Lees ons persbericht van 27-10-2016 >

Het Project Sociaal Domein start in twee proeftuinregio’s:

  • Rotterdam-Den Haag e.o.
  • Midden-Zuid-Limburg

In de regio Noord-Holland-Noord is familievertrouwenswerk in het sociaal domein al een feit sinds 2007.

Naar de projectinformatie >

Beleidsmakers over familievertrouwenswerk in het sociaal domein

Rob Laane, senior inkoper VGZ: “De verantwoordelijkheden van de verschillende domeinen waar cliënten zorg en ondersteuning vinden, zijn de laatste jaren behoorlijk versplinterd. Het is belangrijk dat het totale veld op een eenduidige manier wordt afgedekt.” Lees het interview met Rob Laane >

Marijke Vellekoop, beleidsmedewerker gemeenten GGZ Noord-Holland-Noord: “Juist in het sociale domein is ondersteuning van de familie hard nodig.” Lees het interview met Marijke Vellekoop >

Ervaringen van familie in het sociaal domein

Michael Brevius: “Via de advies- en hulplijn van de LSFVP raakte ik in gesprek met een familievertrouwenspersoon. Die wist merkbaar waar ik het over had,  was bekend met het ziektebeeld van mijn zus en met de procedures in de ggz.” Lees de ervaringen van familie in het sociaal domein >

Nieuws

Project Sociaal Domein van start

De LSFVP start met familievertrouwenswerk in het sociaal domein. Dat betekent dat ook familie en naastbetrokkenen van cliënten die niet in zorg zijn bij een ggz-instelling aanspraak kunnen maken op de ondersteuning van een familievertrouwenspersoon.

Lees ons persbericht van 27-10-2016 >

Het Project Sociaal Domein start in twee proeftuinregio’s:

  • Rotterdam-Den Haag e.o.
  • Midden-Zuid-Limburg

In de regio Noord-Holland-Noord is familievertrouwenswerk in het sociaal domein al een feit sinds 2007.

Naar de projectinformatie >

Beleidsmakers over familievertrouwenswerk in het sociaal domein

Rob Laane, senior inkoper VGZ: “De verantwoordelijkheden van de verschillende domeinen waar cliënten zorg en ondersteuning vinden, zijn de laatste jaren behoorlijk versplinterd. Het is belangrijk dat het totale veld op een eenduidige manier wordt afgedekt.” Lees het interview met Rob Laane >

Marijke Vellekoop, beleidsmedewerker gemeenten GGZ Noord-Holland-Noord: “Juist in het sociale domein is ondersteuning van de familie hard nodig.” Lees het interview met Marijke Vellekoop >

Ervaringen van familie in het sociaal domein

Michael Brevius: “Via de advies- en hulplijn van de LSFVP raakte ik in gesprek met een familievertrouwenspersoon. Die wist merkbaar waar ik het over had,  was bekend met het ziektebeeld van mijn zus en met de procedures in de ggz.” Lees de ervaringen van familie in het sociaal domein >

Familie en naastbetrokkenen

Gemeenten Noord-Holland-Noord al actief in het sociaal domein sinds 2007

Marijke Vellekoop, beleidsadviseur gemeenten, GGZ Noord-Holland Noord:

“Al sinds 2003 werken wij met familievertrouwenspersonen, als eerste in Nederland. In 2007 hebben we bij alle gemeenten in onze werkgebied (in 2016 zijn dat er zestien) subsidie aangevraagd voor de financiering van de familievertrouwenspersoon in het sociale domein. Toen nog in het kader van collectieve preventie vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In 2010 werd de LSFVP opgericht en kreeg zij subsidie om familievertrouwenswerk te faciliteren voor familie van cliënten die bij ggz-instellingen in zorg zijn. Maar niet voor het familievertrouwenswerk in het sociaal domein. Omdat wij daar goede ervaringen mee hadden en de noodzaak hiervan konden beargumenteren, ontvangen we nu al jaren aanvullende subsidie van de gemeenten. We nemen de aanvraag elk jaar mee in ons voorstel voor andere preventieve taken, zoals informatievoorziening en voorlichting binnen het sociaal domein.

Juist in het sociale domein is ondersteuning van de familie hard nodig. Familie van cliënten die niet in zorg zijn hebben het extra zwaar. Omdat vaak de cliënt geen zorg ontvangt of wil ontvangen, wordt de familie extra geconfronteerd met de psychiatrische problemen en de weerslag daarvan op de mensen in de omgeving van de cliënt. Hulp en advies van een ggz-specialist is er dan niet. Het is de taak van ons en van de gemeente om mantelzorgers hierin te ondersteunen. Bestaande steunpunten mantelzorg zijn niet voldoende uitgerust voor deze specifieke problematiek.”

Meer over familie in het sociaal domein >

Professionals in de ggz

Gemeenten Noord-Holland-Noord al actief in sociaal domein sinds 2007

Marijke Vellekoop, beleidsadviseur gemeenten, GGZ Noord-Holland Noord:

“Al sinds 2003 werken wij met familievertrouwenspersonen, als eerste in Nederland. In 2007 hebben we bij alle gemeenten in onze werkgebied (in 2016 zijn dat er zestien) subsidie aangevraagd voor de financiering van de familievertrouwenspersoon in het sociale domein. Toen nog in het kader van collectieve preventie vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In 2010 werd de LSFVP opgericht en kreeg zij subsidie om familievertrouwenswerk te faciliteren voor familie van cliënten die bij ggz-instellingen in zorg zijn. Maar niet voor het familievertrouwenswerk in het sociaal domein. Omdat wij daar goede ervaringen mee hadden en de noodzaak hiervan konden beargumenteren, ontvangen we nu al jaren aanvullende subsidie van de gemeenten. We nemen de aanvraag elk jaar mee in ons voorstel voor andere preventieve taken, zoals informatievoorziening en voorlichting binnen het sociaal domein.

Juist in het sociale domein is ondersteuning van de familie hard nodig. Familie van cliënten die niet in zorg zijn hebben het extra zwaar. Omdat vaak de cliënt geen zorg ontvangt of wil ontvangen, wordt de familie extra geconfronteerd met de psychiatrische problemen en de weerslag daarvan op de mensen in de omgeving van de cliënt. Hulp en advies van een ggz-specialist is er dan niet. Het is de taak van ons en van de gemeente om mantelzorgers hierin te ondersteunen. Bestaande steunpunten mantelzorg zijn niet voldoende uitgerust voor deze specifieke problematiek.”

Meer over familie in het sociaal domein >

Familie en naastbetrokkenen

Versplintering van zorg vraagt om een goede gids

Rob Laane is senior inkoper bij zorgverzekeraar VGZ en bestuurslid van de LSFVP. Hij geeft antwoord op de vraag:

Waarom moeten gemeenten ondersteuning bieden aan familie van ggz-cliënten?

“De verantwoordelijkheden van de verschillende domeinen waar cliënten zorg en ondersteuning vinden, zijn de laatste jaren behoorlijk versplinterd. Voorheen had je zorg die viel onder de Zorgverzekeringswet en zorg die viel onder de AWBZ, meer was er eigenlijk niet. Tegenwoordig vallen zorgtaken die voortvloeien uit de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet onder de verschillende gemeenten en die besteden de uitvoering ervan uit aan evenzoveel organisaties. Er is geen sprake meer van één organisatie of zelfs van één domein. Veel zorg loopt over, mensen maken soms tegelijk gebruik van meerdere domeinen. Daarom is het belangrijk dat het totale veld op een eenduidige manier wordt afgedekt. In alle gevallen kunnen familieleden of naasten tegen fricties aanlopen en het is een goede zaak als ze dan terechtkunnen bij een vertrouwenspersoon die goed op de hoogte is van hun problematiek, ze kan gidsen binnen de zorg en bij fricties ook kan optreden naar buiten toe.

Onzichtbare problematiek

Het lastige van psychische problematiek is dat die vaak onzichtbaar is. Een klein groepje ggz-cliënten veroorzaakt overlast, maar het gros van de ggz-problematiek blijft verborgen. Iemand die somber of depressief is, zal zich naar buiten toe niet zodanig manifesteren dat anderen er last van hebben, die trekt zich juist terug. Er zijn er een heleboel mensen met angststoornissen die eigenlijk geen overlast veroorzaken, maar wel het leven tot last hebben. Er is eigenlijk sprake van onderlast, en die wordt niet gezien door de omgeving, dus ook niet door de gemeente. Naasten en mantelzorgers zien vaak veel meer, maar lopen bij het zoeken van hulp soms vast in een woud van regels, die ook nog eens per regio of gemeente anders kunnen zijn. Het is dan wel fijn als je een vertrouwenspersoon kunt raadplegen die je de weg kan wijzen.

Geen positie, wel vragen

Er zijn een heleboel vastloopmomenten in het traject naar hulp en de juiste zorg. Als ik me zorgen maak over iemand in mijn familie die nog niet in zorg is en ook de noodzaak van een zorgtraject niet inziet, dan bemoei ik me ergens mee wat door de cliënt zelf niet als probleem wordt ervaren. Dan is het voor mij als familie erg lastig om de gemeente tot actie te bewegen. Voor naasten – vrienden, buren, collega’s, docenten – is het nog lastiger, omdat ze geen positie hebben ten aanzien van de cliënt. In de instellingen worden convenanten afgesloten rondom familiebeleid, maar er zijn meer mensen naaste dan familielid. En naasten hebben geen positie, maar wel vragen. Ook zij lopen tegen dingen aan waar ze ondersteuning bij kunnen gebruiken. In de familievertrouwenspersoon vinden ze een gesprekspartner die snapt wat hun rol als naaste of familielid zou kunnen of moeten zijn en die ze kan adviseren over de te nemen stappen.

Voorkom breuk met de cliënt

In de ggz zie je nogal eens dat mensen met psychiatrische problemen er alleen voor komen te staan. Ze verwijderen zich van hun familie en naasten, omdat hun gedrag het onmogelijk maakt om samen te leven. Het is doodzonde dat je zo’n punt bereikt, terwijl er mogelijkheden zijn om een breuk te voorkomen. De familievertrouwenspersoon biedt familie en naasten handvatten om beter met de psychiatrische aandoening om te kunnen gaan en ook hun eigen grenzen te blijven bewaken. En die ondersteuning komt uiteindelijk weer ten goede aan de cliënt.”

Meer informatie over familievertrouwenswerk thuis’ >

Professionals in de ggz

Versplintering van zorg vraagt om een goede gids

Rob Laane is senior inkoper bij zorgverzekeraar VGZ en bestuurslid van de LSFVP. Hij geeft antwoord op de vraag:

Waarom moeten gemeenten ondersteuning bieden aan familie van ggz-cliënten?

“De verantwoordelijkheden van de verschillende domeinen waar cliënten zorg en ondersteuning vinden, zijn de laatste jaren behoorlijk versplinterd. Voorheen had je zorg die viel onder de Zorgverzekeringswet en zorg die viel onder de AWBZ, meer was er eigenlijk niet. Tegenwoordig vallen zorgtaken die voortvloeien uit de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet onder de verschillende gemeenten en die besteden de uitvoering ervan uit aan evenzoveel organisaties. Er is geen sprake meer van één organisatie of zelfs van één domein. Veel zorg loopt over, mensen maken soms tegelijk gebruik van meerdere domeinen. Daarom is het belangrijk dat het totale veld op een eenduidige manier wordt afgedekt. In alle gevallen kunnen familieleden of naasten tegen fricties aanlopen en het is een goede zaak als ze dan terechtkunnen bij een vertrouwenspersoon die goed op de hoogte is van hun problematiek, ze kan gidsen binnen de zorg en bij fricties ook kan optreden naar buiten toe.

Onzichtbare problematiek

Het lastige van psychische problematiek is dat die vaak onzichtbaar is. Een klein groepje ggz-cliënten veroorzaakt overlast, maar het gros van de ggz-problematiek blijft verborgen. Iemand die somber of depressief is, zal zich naar buiten toe niet zodanig manifesteren dat anderen er last van hebben, die trekt zich juist terug. Er zijn er een heleboel mensen met angststoornissen die eigenlijk geen overlast veroorzaken, maar wel het leven tot last hebben. Er is eigenlijk sprake van onderlast, en die wordt niet gezien door de omgeving, dus ook niet door de gemeente. Naasten en mantelzorgers zien vaak veel meer, maar lopen bij het zoeken van hulp soms vast in een woud van regels, die ook nog eens per regio of gemeente anders kunnen zijn. Het is dan wel fijn als je een vertrouwenspersoon kunt raadplegen die je de weg kan wijzen.

Geen positie, wel vragen

Er zijn een heleboel vastloopmomenten in het traject naar hulp en de juiste zorg. Als ik me zorgen maak over iemand in mijn familie die nog niet in zorg is en ook de noodzaak van een zorgtraject niet inziet, dan bemoei ik me ergens mee wat door de cliënt zelf niet als probleem wordt ervaren. Dan is het voor mij als familie erg lastig om de gemeente tot actie te bewegen. Voor naasten – vrienden, buren, collega’s, docenten – is het nog lastiger, omdat ze geen positie hebben ten aanzien van de cliënt. In de instellingen worden convenanten afgesloten rondom familiebeleid, maar er zijn meer mensen naaste dan familielid. En naasten hebben geen positie, maar wel vragen. Ook zij lopen tegen dingen aan waar ze ondersteuning bij kunnen gebruiken. In de familievertrouwenspersoon vinden ze een gesprekspartner die snapt wat hun rol als naaste of familielid zou kunnen of moeten zijn en die ze kan adviseren over de te nemen stappen.

Voorkom breuk met de cliënt

In de ggz zie je nogal eens dat mensen met psychiatrische problemen er alleen voor komen te staan. Ze verwijderen zich van hun familie en naasten, omdat hun gedrag het onmogelijk maakt om samen te leven. Het is doodzonde dat je zo’n punt bereikt, terwijl er mogelijkheden zijn om een breuk te voorkomen. De familievertrouwenspersoon biedt familie en naasten handvatten om beter met de psychiatrische aandoening om te kunnen gaan en ook hun eigen grenzen te blijven bewaken. En die ondersteuning komt uiteindelijk weer ten goede aan de cliënt.”

Meer informatie over het project ‘Familievertrouwenspersoon in het sociaal domein’ >