Familie en naastbetrokkenen

Overtuigingskracht van ervaringsdeskundigen is geen fabeltje

In het project FABuleus worden ervaringsdeskundigen ingezet om professionals een blik te gunnen op wat het betekent om samen te leven met iemand met psychiatrische of verslavingsproblemen. En dat werkt, bleek op de afsluitende conferentie op 7 maart. Een professional: ‘Ik heb geleerd door de bril van familie te kijken en dan zie je toch iets anders.’

Informatie uit de eerste hand

FABuleus is een vervolg op de cursus Familie Als Bondgenoot(FAB) en werkt volgens de formule train-de-trainer: FABuleus traint de docenten en die trainen vervolgens de teams in hun eigen instelling. Centraal staat de samenwerking in de triade: de driehoek cliënt, professional en familie. De docenten van de training representeren de drie triadepartijen: een familie-ervaringsdeskundige, een cliënt-ervaringsdeskundige en professionals geven samen les aan een team. De ervaringsdeskundigen presenteren hun ervaringsverhalen en de professional schetst het theoretisch kader. De teams horen zo uit de eerste hand wat de rol van familie is en kan zijn. Bovendien krijgen ze handvatten om het triadisch werken in praktijk te brengen.

Meer begrip voor familie

Aan FABuleus werd deelgenomen door Mondriaan, GGZ Centraal en Parnassia Haaglanden. Bij de drie instellingen heeft een evaluatieonderzoek plaatsgevonden. ‘Daaruit blijkt dat de training ook echt wat oplevert in de praktijk’, zegt José Laheij, initiatiefnemer van FABuleus. ‘Familie en naasten merken dat ze vriendelijker worden benaderd en meer informatie krijgen van de teams. De teamleden lijken beter aan te voelen wat er in familieleden omgaat.’

De kracht van ervaringsverhalen

Uit het onderzoek blijkt dat cliënten warme relaties tussen het team en hun familie erg op prijs stellen. Van de professionals die de training volgden zegt 70% dat ze sindsdien anders met familie omgaan. José Laheij: ‘Professionals vonden de ervaringsverhalen het meest overtuigend. Die maakten veel indruk en nodigden uit tot bezinning op de eigen rol in het team. Daarna bleek de beweging naar beter luisteren en meer betrekken van familie niet eens zo moeilijk te zijn.”

Meer lezen?

FABuleus is een project van MIND. Op de website van MIND kunt u binnenkort het definitieve eindverslag van FABuleus lezen. In onze volgende LSFVP-nieuwsbrief besteden we meer aandacht aan de ervaringen met FABuleus.

Contact met FABuleus

Wie meer informatie wil over het project kan contact opnemen met:
José Laheij
Projectleider FABuleus
06-48 28 15 01
j.laheij@osmadvies.nl

Professionals in de ggz

Overtuigingskracht van ervaringsdeskundigen is geen fabeltje

In het project FABuleus worden ervaringsdeskundigen ingezet om professionals een blik te gunnen op wat het betekent om samen te leven met iemand met psychiatrische of verslavingsproblemen. En dat werkt, bleek op de afsluitende conferentie op 7 maart. Een professional: ‘Ik heb geleerd door de bril van familie te kijken en dan zie je toch iets anders.’

Informatie uit de eerste hand

FABuleus is een vervolg op de cursus Familie Als Bondgenoot(FAB) en werkt volgens de formule train-de-trainer: FABuleus traint de docenten en die trainen vervolgens de teams in hun eigen instelling. Centraal staat de samenwerking in de triade: de driehoek cliënt, professional en familie. De docenten van de training representeren de drie triadepartijen: een familie-ervaringsdeskundige, een cliënt-ervaringsdeskundige en professionals geven samen les aan een team. De ervaringsdeskundigen presenteren hun ervaringsverhalen en de professional schetst het theoretisch kader. De teams horen zo uit de eerste hand wat de rol van familie is en kan zijn. Bovendien krijgen ze handvatten om het triadisch werken in praktijk te brengen.

Meer begrip voor familie

Aan FABuleus werd deelgenomen door Mondriaan, GGZ Centraal en Parnassia Haaglanden. Bij de drie instellingen heeft een evaluatieonderzoek plaatsgevonden. ‘Daaruit blijkt dat de training ook echt wat oplevert in de praktijk’, zegt José Laheij, initiatiefnemer van FABuleus. ‘Familie en naasten merken dat ze vriendelijker worden benaderd en meer informatie krijgen van de teams. De teamleden lijken beter aan te voelen wat er in familieleden omgaat.’

De kracht van ervaringsverhalen

Uit het onderzoek blijkt dat cliënten warme relaties tussen het team en hun familie erg op prijs stellen. Van de professionals die de training volgden zegt 70% dat ze sindsdien anders met familie omgaan. José Laheij: ‘Professionals vonden de ervaringsverhalen het meest overtuigend. Die maakten veel indruk en nodigden uit tot bezinning op de eigen rol in het team. Daarna bleek de beweging naar beter luisteren en meer betrekken van familie niet eens zo moeilijk te zijn.”

Meer lezen?

FABuleus is een project van MIND. Op de website van MIND kunt u binnenkort het definitieve eindverslag van FABuleus lezen. In onze volgende LSFVP-nieuwsbrief besteden we meer aandacht aan de ervaringen met FABuleus.

Contact met FABuleus

Wie meer informatie wil over het project kan contact opnemen met:
José Laheij
Projectleider FABuleus
06-48 28 15 01
j.laheij@osmadvies.nl

Uitgelicht

Overtuigingskracht van ervaringsdeskundigen is geen fabeltje

In het project FABuleus worden ervaringsdeskundigen ingezet om professionals een blik te gunnen op wat het betekent om samen te leven met iemand met psychiatrische of verslavingsproblemen. En dat werkt, bleek op de afsluitende conferentie op 7 maart. Een professional: ‘Ik heb geleerd door de bril van familie te kijken en dan zie je toch iets anders.’

Informatie uit de eerste hand

FABuleus is een vervolg op de cursus Familie Als Bondgenoot(FAB) en werkt volgens de formule train-de-trainer: FABuleus traint de docenten en die trainen vervolgens de teams in hun eigen instelling. Centraal staat de samenwerking in de triade: de driehoek cliënt, professional en familie. De docenten van de training representeren de drie triadepartijen: een familie-ervaringsdeskundige, een cliënt-ervaringsdeskundige en professionals geven samen les aan een team. De ervaringsdeskundigen presenteren hun ervaringsverhalen en de professional schetst het theoretisch kader. De teams horen zo uit de eerste hand wat de rol van familie is en kan zijn. Bovendien krijgen ze handvatten om het triadisch werken in praktijk te brengen.

Meer begrip voor familie

Aan FABuleus werd deelgenomen door Mondriaan, GGZ Centraal en Parnassia Haaglanden. Bij de drie instellingen heeft een evaluatieonderzoek plaatsgevonden. ‘Daaruit blijkt dat de training ook echt wat oplevert in de praktijk’, zegt José Laheij, initiatiefnemer van FABuleus. ‘Familie en naasten merken dat ze vriendelijker worden benaderd en meer informatie krijgen van de teams. De teamleden lijken beter aan te voelen wat er in familieleden omgaat.’

De kracht van ervaringsverhalen

Uit het onderzoek blijkt dat cliënten warme relaties tussen het team en hun familie erg op prijs stellen. Van de professionals die de training volgden zegt 70% dat ze sindsdien anders met familie omgaan. José Laheij: ‘Professionals vonden de ervaringsverhalen het meest overtuigend. Die maakten veel indruk en nodigden uit tot bezinning op de eigen rol in het team. Daarna bleek de beweging naar beter luisteren en meer betrekken van familie niet eens zo moeilijk te zijn.”

Meer lezen?

FABuleus is een project van MIND. Op de website van MIND kunt u binnenkort het definitieve eindverslag van FABuleus lezen. In onze volgende LSFVP-nieuwsbrief besteden we meer aandacht aan de ervaringen met FABuleus.

Contact met FABuleus

Wie meer informatie wil over het project kan contact opnemen met:
José Laheij
Projectleider FABuleus
06-48 28 15 01
j.laheij@osmadvies.nl

Professionals in de ggz

Rol familie vastgelegd in nieuwe zorgmodule

Het is de moeite waard, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, om te investeren in de betrokkenheid van familie. Een goede samenwerking tussen cliënt, zorgprofessional en familie – de triade – is immers gunstig voor het herstel van de cliënt. Het belang van het aandeel van familie staat nu zwart op wit in de Generieke module ‘Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek’. De LSFVP werkte mee aan deze module.

De module geeft professionals handvatten voor de samenwerking met familie en naasten. Die samenwerking staat in dienst van het herstel van de cliënt. Wat nieuw is, is dat het in stand houden en ondersteunen van het netwerk van de cliënt als een onderdeel van het herstelproces wordt gezien. De gedachte hierachter is dat een psychiatrisch probleem niet alleen de cliënt raakt, maar ook de mensen om de cliënt heen: familie, naasten, mantelzorgers. Herstel houdt ook in dat dit netwerk in takt blijft, zodat de cliënt er tijdens of na de behandeling op kan terugvallen.

Professionals kunnen niet langer zwijgen

Uitgangspunt van de module is dat in elke zorgfase opnieuw aan de cliënt gevraagd wordt wie zijn naasten zijn en of er informatie met hen mag worden gedeeld. In alle gevallen kan de professional met familie en naasten in gesprek gaan. De professional mag altijd informatie geven die niet cliëntgebonden is. Ook kan hij ingaan op hulpvragen van de familie zelf, bijvoorbeeld wanneer ze ondersteuning nodig hebben. En als de veiligheid in gevaar is, zoals bij een cliënt die zelfmoordgedachten, mag zelfs de privacy worden doorbroken.

De module honoreert de wens van familieleden om te worden gehoord en zo veel mogelijk betrokken te zijn bij de behandeling.  De familievertrouwenspersoon ziet in de praktijk nog regelmatig gemiste kansen. De LSFVP hoopt dat daar met deze module een einde aan komt en zet zich graag in voor de implementatie ervan. Professionals kunnen familie en naasten die ondersteuning nodig hebben, verwijzen naar de familievertrouwenspersoon.

Informatie voor professionals over familie en familievertrouwenswerk

De LSFVP heeft een speciale folder voor professionals die meer willen weten over het werk van de familievertrouwenspersoon. Hierin leest u wat de rol van de familie is in het leven van de cliënt, en omgekeerd. Ook gaat de folder in op de diensten van de familievertrouwenspersoon en de kaders voor samenwerking.

Lees de LSFVP-folder voor hulpverleners in de ggz >

Lees de Generieke module Naasten >

Familie en naastbetrokkenen

Angst bij familie door slechte communicatie

‘Mijn zoon was altijd al een aparte figuur’, zegt Jo Vaessen. ‘Hij leefde in zijn eigen wereld. Maar dat hij in de psychiatrie terechtkwam, was toch een schok. Hij lijdt aan schizofrenie en is meerdere keren gedwongen opgenomen. Daar tussendoor woonde hij in een huis in het dorp of in een hut in het bos. Het is een natuurmens. En iemand die zorg uit de weg gaat. Dus liep hij telkens weer weg uit de instelling. Maar daar werden wij als ouders niet van op de hoogte gebracht.’

Jo Vaessen: ‘De instelling gaf ons geen informatie, omdat mijn zoon dat niet wilde. Ze verschuilden zich achter het privacy-protocol. We wisten dus niet waar hij uithing. Soms moesten we van mensen in het dorp horen dat ze hem ergens hadden zien lopen. Dan gingen bij ons meteen de alarmbellen. Mijn zoon kan agressief zijn, vooral tegen vrouwen, en we waren bang dat hij zijn moeder iets zou aandoen. Hij had ook suïcidale gedachten. Ik heb ooit een dik touw van hem afgepakt en veilig verborgen, maar dat bleek ineens weg te zijn. Dan denk je toch het ergste?

Toen ik hem vorig jaar een Sinterklaascadeautje bracht, trof ik hem verwaarloosd aan. Het huis was volledig gesloopt: hij had alle stroomdraden doorgeknipt en een open haard gebouwd om warm te blijven. Het was feitelijk onbewoonbaar. Hij lag nog in bed en vroeg of ik even bij hem wilde blijven. Het plafond zat vol met spinnenwebben. Je hebt bezoek, zei ik, het is nog gezellig hier op die manier. Ja, zei hij, als ik alleen ben, en dat ben ik vaak, dan heb ik gezelschap aan die spinnetjes. Niet veel later werd de huur opgezegd en heeft hij zich vrijwillig laten opnemen.

In de instelling liep ik voor de zoveelste keer tegen het privacy-protocol aan: we moesten als ouders bij de deur blijven staan, weggezet als oud vuil. Voor mij was de maat vol. Ik heb aangeklopt bij familievertrouwenspersoon Truus Bijker, die me hielp om een brief aan de raad van bestuur te schrijven. Ik wilde de instelling duidelijk maken dat we ons als ouders niet gehoord voelen en dat het een enorme angst bij ons teweegbrengt als we niet weten waar onze zoon is. Er volgde een gesprek, waarin écht naar ons is geluisterd. En er zijn afspraken gemaakt: we krijgen nu in elk geval de minimale informatie die we nodig hebben om verder te kunnen.

We hebben het geluk dat de familievertrouwenspersoon in onze regio ook familie helpt van mensen die niet in behandeling zijn bij een ggz-instelling. De psychiatrische problemen van onze zoon hebben een enorme impact op ons gezin. Hij is nu vrijwillig opgenomen, maar dat kan zomaar veranderen. Het is prettig dat we met onze vragen bij Truus Bijker terechtkunnen, ook als onze zoon weer wegloopt. In een gezin dat zulke turbulente periodes kent als het onze, is die continuïteit meer dan welkom.’

Jo Vaessen is lid van de deelnemersadviesraad van het Platform Zuid GGZ & OGGZ in Sittard.

Truus Bijker is familievertrouwenspersoon in de regio Midden-Zuid-Limburg, een van de proeftuinen van het project Sociaal Domein van de LSFVP.

Meer over de familievertrouwenspersoon in het sociaal domein >

Professionals in de ggz

Professional, betrek de familie!

‘De betrokkenheid van familie is mijn stokpaardje. Familieleden van cliënten zijn namelijk per definitie betrokken. De familie kent de cliënt vaak al vanaf de geboorte, terwijl de behandelaar hem of haar voor het eerst ziet. Het zou voor behandelaren vanzelfsprekend moeten zijn dat familieleden vanaf het allereerste begin actief betrokken zijn bij de behandeling. Ze kunnen waardevolle informatie geven voor het opstellen van het behandelplan. Hun inbreng zou niet als een extra last moeten worden gezien – ‘o gut, ook de familie nog’ – maar eerder als een welkome bijdrage.’

Familie tussen wal en schip

‘Familie en naasten van mensen met psychiatrische problemen die niet in behandeling zijn bij een psychiatrische kliniek vallen tussen wal en schip. Is iemand opgenomen, dan kan de familie voor informatie, advies en ondersteuning terecht bij de familievertrouwenspersoon. Maar dat geldt niet voor familie van mensen die niet in behandeling zijn of gebruikmaken van de zorg van huisarts of gemeente: familie in het sociaal domein. Terwijl het ondersteunen van deze familieleden nog veel meer voor hand ligt. Psychiatrische cliënten veroorzaken door hun gedragsproblemen vaak heel lastige situaties en als de cliënt thuis woont, wordt de familie daar voortdurend mee geconfronteerd.’

Wel familie, geen mantelzorger

‘De ondersteuning van familie in het sociaal domein is een taak van de gemeente en die richt zich vrijwel automatisch op de mantelzorger. Een mantelzorger is een familielid dat een stukje zorg op zich neemt, maar niet alle familieleden zijn mantelzorgers. Ik ken veel familieleden die zich erg betrokken voelen bij een cliënt en toch geen mantelzorger zijn. En ook die familieleden hebben soms behoefte aan een vertrouwenspersoon. Daarom is het goed nieuws dat de familievertrouwenspersonen van de LSFVP hun diensten in drie regio’s ook aanbieden binnen het sociaal domein. Het is nog een pilot, maar het vult nu al een lacune.’

Grenzen van de familieraad

‘In de ggz-instellingen komen familieraden op voor de belangen van familie. Een familieraad heeft een samenwerkingsovereenkomst met de instelling en bestaat uit vrijwilligers. Het is voor hen ondoenlijk om hun werkterrein uit te breiden naar gemeenten en Wmo-raden. De professionele, onafhankelijke familievertrouwenspersoon is daar veel beter voor toegerust, denk bijvoorbeeld aan de telefonische hulp- en advieslijn. Bovendien is het de taak van de familieraad om de belangen van familie en naasten als groep te behartigen, niet die van individuen. Dus als iemand problemen heeft met zijn contacten in de psychiatrie, verwijst de familieraad door naar de familievertrouwenspersoon. De familieraad en de familievertrouwenspersoon weten elkaar heel goed te vinden.’

 Familie luidt de noodklok

‘Als het niet goed gaat met iemand met psychiatrische problemen, is de familie vaak de eerste die dat merkt. Zorgverleners kunnen pas actie ondernemen als ze van de cliënt zelf of iemand in de directe omgeving een signaal krijgen dat er iets aan de hand is. Maar aan de bel trekken is voor familie in de ggz niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Het is geen kwestie van “even hulp inroepen”. De wachtlijsten in de ggz zijn nog steeds dramatisch lang. Een collega in de familieraad zei laatst: ‘Als je iets met je auto hebt en je staat langs de weg, dan heb je binnen het uur hulp. Maar als er iets met je hoofd is, moet je maanden wachten voordat je aan de beurt bent.’

De ANWB is erin geslaagd om de drempel heel laag te maken. Waarom zou de ggz daar niet toe in staat zijn? GGZ Nederland, het Landelijk Platform GGz, Ypsilon, de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen, al die organisaties die zich bezighouden met cliënten en familie in de psychiatrie, laat ze hun schouders eronder zetten om ervoor te zorgen dat het krijgen van hulp en ondersteuning in de ggz net zo vanzelfsprekend wordt als wanneer je iets met je auto hebt.’

Rudi Rikken is voorzitter van het bestuur van de LSFVP, voorzitter van de centrale familieraad van Pro persona en waarnemend voorzitter van de Kamer Familieraden, de koepel van familieraden in de psychiatrie.

Uitgelicht

Rol familie vastgelegd in nieuwe zorgmodule

Het is de moeite waard, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, om te investeren in de betrokkenheid van familie. Een goede samenwerking tussen cliënt, zorgprofessional en familie – de triade – is immers gunstig voor het herstel van de cliënt. Het belang van het aandeel van familie staat nu zwart op wit in de Generieke module ‘Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek’. De LSFVP werkte mee aan deze module.

De module geeft professionals handvatten voor de samenwerking met familie en naasten. Die samenwerking staat in dienst van het herstel van de cliënt. Wat nieuw is, is dat het in stand houden en ondersteunen van het netwerk van de cliënt als een onderdeel van het herstelproces wordt gezien. De gedachte hierachter is dat een psychiatrisch probleem niet alleen de cliënt raakt, maar ook de mensen om de cliënt heen: familie, naasten, mantelzorgers. Herstel houdt ook in dat dit netwerk in takt blijft, zodat de cliënt er tijdens of na de behandeling op kan terugvallen.

Professionals kunnen niet langer zwijgen

Uitgangspunt van de module is dat in elke zorgfase opnieuw aan de cliënt gevraagd wordt wie zijn naasten zijn en of er informatie met hen mag worden gedeeld. In alle gevallen kan de professional met familie en naasten in gesprek gaan. De professional mag altijd informatie geven die niet cliëntgebonden is. Ook kan hij ingaan op hulpvragen van de familie zelf, bijvoorbeeld wanneer ze ondersteuning nodig hebben. En als de veiligheid in gevaar is, zoals bij een cliënt die zelfmoordgedachten, mag zelfs de privacy worden doorbroken.

De module honoreert de wens van familieleden om te worden gehoord en zo veel mogelijk betrokken te zijn bij de behandeling.  De familievertrouwenspersoon ziet in de praktijk nog regelmatig gemiste kansen. De LSFVP hoopt dat daar met deze module een einde aan komt en zet zich graag in voor de implementatie ervan. Professionals kunnen familie en naasten die ondersteuning nodig hebben, verwijzen naar de familievertrouwenspersoon.

Informatie voor professionals over familie en familievertrouwenswerk

De LSFVP heeft een speciale folder voor professionals die meer willen weten over het werk van de familievertrouwenspersoon. Hierin leest u wat de rol van de familie is in het leven van de cliënt, en omgekeerd. Ook gaat de folder in op de diensten van de familievertrouwenspersoon en de kaders voor samenwerking.

Lees de LSFVP-folder voor hulpverleners in de ggz >

Lees de Generieke module Naasten >

Uitgelicht

Nieuwe Wet verplichte ggz gunstig voor familie

Hoofdstuk 12 van de nieuwe wet geeft familie en naasten het recht om een familievertrouwenspersoon in te schakelen bij hun contact met zorgverleners. Dat zet de stem van de familie kracht bij. De familievertrouwenspersoon is op de hoogte van wet- en regelgeving en kent de weg in de zorg. Met de deskundige ondersteuning van de familievertrouwenspersoon is het voor familie en naasten eenvoudiger om op een goede manier in gesprek te komen met zorgverleners, een klacht in te dienen of tekortkomingen in de zorg te melden bij de Inspectie.

Zorg boven opname

De nieuwe Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) van 1994. In de naamswijziging schuilt ook het belangrijkste verschil tussen de twee wetten. Stond in de Bopz ‘opname’ nog centraal, de nieuwe Wet verplichte ggz richt zich op ‘zorg en behandeling’. Die behandeling hoeven niet plaats te vinden in een ggz-instelling. Als het beter is voor de cliënt, kan hij of zij ook thuis worden behandeld of op een andere logische locatie.

Geen observatiemaatregel

Tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer werd de zogenaamde observatiemaatregel weggestemd. De maatregel maakte het mogelijk om mensen die verward overkomen drie dagen verplicht ter observatie op te nemen in een ggz-instelling. In die tijd zouden professionals moeten besluiten of er zorg nodig is. De Kamer vond dit strijdig met het behandelprincipe van de wet – observatie is immers geen zorg of behandeling. Tegen de observatiemaatregel is intensief gelobbyd door cliënten- en familieorganisaties, ook door de LSFVP.

De wet moet nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. De invoering van de wet zal daarna mogelijk nog een jaar in beslag nemen.

Wet verplichte ggz: de familie emancipeert

Onder die titel publiceerde Rob Jongejans, directeur van de LSFVP,  op 27-2-2017 een blog op Skipr, platform voor beslissers in de zorg.

Lees de blog ‘Wet verplichte ggz: de familie emancipeert’ >

 

Familie en naastbetrokkenen

Verkiezingsuitslag: investeer in familie in de ggz

Wat betekent de verkiezingsuitslag voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz)? Het is waarschijnlijk dat de VVD, het CDA en D66 elkaar opzoeken om een coalitie te vormen. Dan blijven het eigen risico in de zorg en de eigen bijdragen in de Wmo bestaan. Als het aan het CDA en D66 ligt, worden die eigen bijdragen wel minder, in elk geval voor de lagere inkomens. De drie partijen zijn vóór verdere ambulantisering van de zorg, maar erkennen dat die nog niet overal op orde is. Om goede zorg in de wijk voor elkaar te krijgen, moeten zorgaanbieders, gemeenten en zorgverzekeraars meer samenwerken, vinden ze. En is een investering nodig in de positie en ondersteuning van familie, naasten en mantelzorgers.

‘Met het project Sociaal Domein doet de LSFVP dat al’, zegt Peter van den Broek, projectleider bij de LSFVP. ‘In het sociaal domein heeft familie te maken met zorg die uit verschillende potjes wordt gefinancierd. Bijvoorbeeld huisartsenzorg, betaald door zorgverzekeraars, en Wmo-zorg, die de gemeente betaalt. Dat maakt het sociaal domein voor veel familieleden ondoorzichtig. Juist in dat samenspel van zorgaanbieders kan de familievertrouwenspersoon ze ondersteunen. De familievertrouwenspersoon vormt een verbindende schakel tussen het lokale en regionale netwerk van wijkteams, steunpunten mantelzorg en vrijwilligerswerk, huisartsen en ggz-instellingen. Het zou mooi zijn als de nieuwe coalitie die deskundigheid benut om de positie en betrokkenheid van familie structureel te verbeteren!’

Meer informatie over het project Sociaal Domein van de LSFVP >

Professionals in de ggz

Verkiezingsuitslag: investeer in familie in de ggz

Wat betekent de verkiezingsuitslag voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz)? Het is waarschijnlijk dat de VVD, het CDA en D66 elkaar opzoeken om een coalitie te vormen. Dan blijven het eigen risico in de zorg en de eigen bijdragen in de Wmo bestaan. Als het aan het CDA en D66 ligt, worden die eigen bijdragen wel minder, in elk geval voor de lagere inkomens. De drie partijen zijn vóór verdere ambulantisering van de zorg, maar erkennen dat die nog niet overal op orde is. Om goede zorg in de wijk voor elkaar te krijgen, moeten zorgaanbieders, gemeenten en zorgverzekeraars meer samenwerken, vinden ze. En is een investering nodig in de positie en ondersteuning van familie, naasten en mantelzorgers.

‘Met het project Sociaal Domein doet de LSFVP dat al’, zegt Peter van den Broek, projectleider bij de LSFVP. ‘In het sociaal domein heeft familie te maken met zorg die uit verschillende potjes wordt gefinancierd. Bijvoorbeeld huisartsenzorg, betaald door zorgverzekeraars, en Wmo-zorg, die de gemeente betaalt. Dat maakt het sociaal domein voor veel familieleden ondoorzichtig. Juist in dat samenspel van zorgaanbieders kan de familievertrouwenspersoon ze ondersteunen. De familievertrouwenspersoon vormt een verbindende schakel tussen het lokale en regionale netwerk van wijkteams, steunpunten mantelzorg en vrijwilligerswerk, huisartsen en ggz-instellingen. Het zou mooi zijn als de nieuwe coalitie die deskundigheid benut om de positie en betrokkenheid van familie structureel te verbeteren!’

Meer informatie over het project Sociaal Domein van de LSFVP >