Professionals in de ggz, Uitgelicht

Samenwerking familievertrouwenspersoon en steunpunt mantelzorg leidt tot maatwerk

Het steunpunt mantelzorg is in elke gemeente dé centrale voordeur voor alle mantelzorgers. Maar het beleid en de werkwijze van het steunpunt bepaalt elke regio zelf. Zo ook in Parkstad, de regio van acht samenwerkende gemeenten in Zuidoost-Limburg. De familievertrouwenspersoon ggz van de LSFVP is er al jaren actief in de ggz en sinds september 2016 ook in het sociaal domein.

Maatwerk voor mantelzorgers

Marjan Boumans van het steunpunt mantelzorg in Parkstad is positief over de samenwerking met de familievertrouwenspersoon in het sociaal domein. “We hebben altijd al goed contact gehad met de familievertrouwenspersoon ggz in onze regio. Nu de LSFVP op basis van subsidie de vertrouwenspersoon ook mag inzetten in het sociaal domein, is ons contact nog beter geworden. Als steunpunt werken we met meerdere organisaties samen die als specialist op hun terrein maatwerk kunnen leveren aan mantelzorgers die tegen problemen aan lopen. Deels overlapt onze kennis en kunde, maar dat maakt ons contact alleen maar beter. We hebben dezelfde basiskennis en kunnen daardoor een warme overdracht doen van de hulpvraag. Ook weten we wat de ander extra in huis heeft, waardoor we op tijd de juiste professional naar voren kunnen schuiven.”

Meerwaarde familievertrouwenspersoon ggz

Mantelzorgers van mensen met psychiatrische problemen hebben het zwaar, zegt Boumans. “Vaak willen die mensen niet dat familie zich bemoeit met hun probleem en houden ze dat af. Maar als het misgaat, dan is diezelfde familie wel de eerste contactpersoon en de stabiele factor. Mantelzorgers moeten dan continu hun grenzen bewaken. Ze willen meeleven en hun naaste helpen. Ze wikken en wegen: wat moet ik doen, wat is verstandig?”

“Kennis van de ggz is belangrijk, want in het kader van privacyregels loop je als mantelzorger en professional nogal snel vast bij het verkrijgen van informatie of van een ingang bij hulpverleners. De familievertrouwenspersoon ggz kan informatie geven over het ziektebeeld, hoe ermee om te gaan en weet de ingangen. En ook erg belangrijk: mantelzorgers kunnen problemen in stand houden. Dus ook de cliënt is erbij gebaat dat mantelzorgers snel geholpen worden.”

Verwarde personen in de wijk

“Een goede kennis van de ‘sociale kaart’ en dus van alle professionals rondom de cliënt en mantelzorger bij de sociale wijkteams is erg belangrijk,” vindt Boumans. “Ze moeten onze hulp tijdig inroepen. We zijn helaas te klein om in al die teams aanwezig te zijn, dus zou het fijn zijn als zij ook aandacht hebben voor de situatie van de mantelzorger. Een doorverwijzing is al voldoende. Wij op onze beurt moeten natuurlijk investeren in onze relatie met de wijkteams, maar bovenal het contact zoeken met de mantelzorgers. We investeren veel in communicatie en zichtbaarheid. En laten zien waarvoor men terechtkan bij ons en onze partners, zoals de familievertrouwenspersoon ggz. Het voordeel is dat we zonder indicaties werken. We zijn laagdrempelig en hebben de mogelijkheid om snel iets in gang te zetten.”

Overbelaste mantelzorgers

Boumans ziet veel mantelzorgers worstelen: “Soms kan een situatie zo ingewikkeld zijn dat een mantelzorger zegt ‘ik kap hier helemaal mee’. Je ziet dat ze makkelijk overbelast raken, omdat ze hun naaste nooit helemaal willen en zullen loslaten en de zorg te complex is. Er moet nog veel gebeuren om de positie van de mantelzorger te versterken, want de druk op de mantelzorger is hoger geworden. Er gaat veel aandacht naar degene die ziek is, maar zelden naar wat een mantelzorger nodig heeft: hoe die vormgeeft aan de zorg en dat combineert met zijn of haar leven. Als steunpunt mantelzorg en als familievertrouwenspersoon zijn we in de positie om de zorg voor de mantelzorger een kwaliteitsimpuls te geven. Daar vinden én versterken we elkaar.”

Marjan Boumans is consulent informele zorg bij Ruggesteun en Steunpunt voor Mantelzorgers Parkstad

 

Familie en naastbetrokkenen

Van de familievertrouwenspersoon kreeg ik eindelijk antwoorden

“Mijn middelste dochter is drie jaar geleden na een moeilijke periode uit huis gegaan. Er was iets met haar aan de hand, maar niemand wist wat. Vorig jaar heeft ze eindelijk hulp gezocht en bleek dat ze depressief was. Ze heeft nu medicatie, waardoor het gelukkig weer wat beter gaat.

De afgelopen jaren heb ik een paar keer hulp gezocht voor mezelf. Ik ben bij de huisarts en een psycholoog geweest, maar dat leverde geen antwoorden op. Het probleem was dat ik niet wist wat er aan de hand was, dus wist ik ook niet hoe ik ermee om moest gaan. Ondertussen was ik vreselijk ongerust. Het vrat aan me.

In een lokale krant zag ik een advertentie voor een informatiebijeenkomst over depressie. Daar ben ik naartoe gegaan, maar uit privacyoverwegingen wel in een ander plaats dan waar we wonen. Er lagen op die bijeenkomst flyers en visitekaartjes van de familievertrouwenspersoon. Die heb ik toen een mail gestuurd.

In het gesprek met de familievertrouwenspersoon kreeg ik eindelijk antwoorden. Heel belangrijk waren de omgangsadviezen die de familievertrouwenspersoon me gaf. Ze vertelde wat iemand met een depressie doormaakt en hoe ik daar het beste op kon reageren. Door die kennis kon ik beter communiceren met mijn dochter en verbeterde onze relatie. Dat heeft mijn dochter ook ervaren.

Het stelde me ook in staat om mijn andere twee kinderen te ondersteunen, zonder ze precies te informeren over wat er aan de hand was met hun zusje – met mijn dochter heb ik afgesproken om dat niet te doen. Mijn andere twee kinderen hebben flink geleden onder de situatie. Als er iemand depressief is in huis hangt er een soort grauwsluier. Het geeft een enorme spanning.

Doordat mijn dochter in behandeling is buiten de regio, was het voor mij heel lastig om de weg naar goede hulp te vinden. Door tussenkomst van de familievertrouwenspersoon bleek het mogelijk om deel te nemen aan een cursus voor naasten van mensen met een depressie of een bipolaire stoornis. De cursus werd ook betaald. Ik heb er geleerd dat het heel belangrijk is om goed voor jezelf te zorgen.

De familievertrouwenspersoon zei tijdens een van onze gesprekken: ‘Als er iets is kun je me elk moment bellen.’ Alleen al dat idee geeft een enorme rust. Het is nooit nodig geweest, maar het is erg fijn om te weten.”

Familie en naastbetrokkenen

“Door regels én het ontbreken ervan werd mijn zoon niet geholpen.”

“Het was echt een nare ervaring,” zegt de moeder van een zorg mijdende zoon. “Mijn volwassen zoon woonde zelfstandig, maar is psychisch verward. Hij veroorzaakte grote problemen voor zijn omgeving. Toch vond hij niet dat hij hulp nodig had. Ik mag me er van hem niet mee bemoeien, maar de problemen raken mij ook. Ik ben de stabiele factor, dus de problemen komen telkens weer bij me terug.”

Een doolhof van procedures

Het heeft heel wat voeten in aarde gehad voordat haar zoon werd opgenomen – en dat terwijl ze zelf sociaalpedagogisch hulpverlener is. “Omdat hij medebewoners van zijn flat bedreigde, werd hij uit zijn woning gezet. Hij was een gevaar voor anderen. Maar omdat hij geen hulp wilde, greep niemand in. In mijn zoektocht naar een oplossing belandde ik in een doolhof van regels en procedures. Er bleken ook regels te ontbreken. Niemand kon me vertellen waar ik de oplossing moest zoeken. Elke instantie verwees naar een andere en er gebeurde dus helemaal niets.”

Ze kreeg te maken met een vicieuze cirkel: “De psychiater kon pas zorgen voor een rechterlijke machtiging en een opname als mijn zoon opnieuw werd beoordeeld door de crisisdienst. De crisisdienst kon dat alleen doen als mijn zoon zichzelf zou melden of werd gebracht door de politie. De politie verwees weer terug naar de psychiater, want die moest daarvoor een rechtelijke machtiging aanvragen. Zo was het cirkeltje rond en stond ik weer machteloos.”

De regelgeving moet anders

Haar zoon is nu opgenomen, maar de procedures moeten nog wel worden aangepast. “Er zijn regels, maar die slaan nergens op”, vertelt ze gefrustreerd. “De cliënt, maar ook het zorgnetwerk wordt hier niet mee geholpen. Ik zocht zelf op internet of er een instantie is die deze gang van zaken binnen het netwerk kan aanpassen. Want zodra mijn zoon weer wordt ontslagen uit de instelling, volgen er opnieuw problemen.”

Ze heeft haar noodkreet onder andere neergelegd bij de nationale ombudsman en de gemeente. “Zo ben ik in gesprek met de regionale politiek, spreek op een conferentie en breng dit probleem ook landelijk onder de aandacht.” Inmiddels is ook het Veiligheidshuis betrokken bij haar persoonlijke missie. Het Veiligheidshuis verbindt partijen in de aanpak van complexe problematiek. “Jammer dat niemand me eerder verwees naar deze organisatie”, zegt ze.

Hulp van de familievertrouwenspersoon

Ze vindt het ook jammer dat ze niet eerder in contact kwam met de familievertrouwenspersoon. “Vooral vóór de opname van mijn zoon was haar hulp erg welkom geweest. Als je bijvoorbeeld vastloopt in procedures en geen hulp kunt vinden, dan kan de familievertrouwenspersoon je de weg wijzen. Maar nog steeds ondersteunt ze me met haar kennis van het netwerk. Ze verwees me onder andere naar een bijeenkomst over verwarde personen en passende hulp in het sociaal domein. Daar ging het over oplossingen voor de toekomst. En daar werk ik graag aan mee.”

Deze moeder blijft om privacy-redenen liever anoniem.

Professionals in de ggz, Uitgelicht

“Door regels én het ontbreken ervan werd mijn zoon niet geholpen”

“Het was echt een nare ervaring,” zegt de moeder van een zorg mijdende zoon. “Mijn volwassen zoon woonde zelfstandig, maar is psychisch verward. Hij veroorzaakte grote problemen voor zijn omgeving. Toch vond hij niet dat hij hulp nodig had. Ik mag me er van hem niet mee bemoeien, maar de problemen raken mij ook. Ik ben de stabiele factor, dus de problemen komen telkens weer bij me terug.”

Een doolhof van procedures

Het heeft heel wat voeten in aarde gehad voordat haar zoon werd opgenomen – en dat terwijl ze zelf sociaalpedagogisch hulpverlener is. “Omdat hij medebewoners van zijn flat bedreigde, werd hij uit zijn woning gezet. Hij was een gevaar voor anderen. Maar omdat hij geen hulp wilde, greep niemand in. In mijn zoektocht naar een oplossing belandde ik in een doolhof van regels en procedures. Er bleken ook regels te ontbreken. Niemand kon me vertellen waar ik de oplossing moest zoeken. Elke instantie verwees naar een andere en er gebeurde dus helemaal niets.”

Ze kreeg te maken met een vicieuze cirkel: “De psychiater kon pas zorgen voor een rechterlijke machtiging en een opname als mijn zoon opnieuw werd beoordeeld door de crisisdienst. De crisisdienst kon dat alleen doen als mijn zoon zichzelf zou melden of werd gebracht door de politie. De politie verwees weer terug naar de psychiater, want die moest daarvoor een rechtelijke machtiging aanvragen. Zo was het cirkeltje rond en stond ik weer machteloos.”

De regelgeving moet anders

Haar zoon is nu opgenomen, maar de procedures moeten nog wel worden aangepast. “Er zijn regels, maar die slaan nergens op”, vertelt ze gefrustreerd. “De cliënt, maar ook het zorgnetwerk wordt hier niet mee geholpen. Ik zocht zelf op internet of er een instantie is die deze gang van zaken binnen het netwerk kan aanpassen. Want zodra mijn zoon weer wordt ontslagen uit de instelling, volgen er opnieuw problemen.”

Ze heeft haar noodkreet onder andere neergelegd bij de nationale ombudsman en de gemeente. “Zo ben ik in gesprek met de regionale politiek, spreek op een conferentie en breng dit probleem ook landelijk onder de aandacht.” Inmiddels is ook het Veiligheidshuis betrokken bij haar persoonlijke missie. Het Veiligheidshuis verbindt partijen in de aanpak van complexe problematiek. “Jammer dat niemand me eerder verwees naar deze organisatie”, zegt ze.

Hulp van de familievertrouwenspersoon

Ze vindt het ook jammer dat ze niet eerder in contact kwam met de familievertrouwenspersoon. “Vooral vóór de opname van mijn zoon was haar hulp erg welkom geweest. Als je bijvoorbeeld vastloopt in procedures en geen hulp kunt vinden, dan kan de familievertrouwenspersoon je de weg wijzen. Maar nog steeds ondersteunt ze me met haar kennis van het netwerk. Ze verwees me onder andere naar een bijeenkomst over verwarde personen en passende hulp in het sociaal domein. Daar ging het over oplossingen voor de toekomst. En daar werk ik graag aan mee.”

Deze moeder blijft om privacy-redenen liever anoniem.

Over de LSFVP

LSFVP-jaarverslag 2016: er gaat veel goed, maar nog niet alles

“Familie en naasten in de ggz hebben de tijd mee: de Inspectie, de Tweede Kamer én de beroepsgroep willen dat naasten worden betrokken en gehoord. Reden te meer om aan de bel te trekken als het niét gebeurt.” Dat zegt directeur Rob Jongejans in het jaarverslag 2016 van de LSFVP.

In dit jaarverslag leest u de signalen van familievertrouwenspersoon over de ggz en de problemen die naasten daarin tegenkomen. Daarnaast vindt u in het jaarverslag informatie over onze organisatie en het project ‘Familievertrouwenswerk in het sociaal domein’.

De publieksversie van ons jaarverslag is bedoeld voor iedereen die meer wil weten over de ggz en de positie van familie en naasten. Lees de publieksversie van het LSFVP-jaarverslag 2016 >

Voor ggz-professionals en beleidsmakers is ook een meer uitgebreide versie beschikbaar. Lees het LSFVP-jaarverslag 2016 voor ggz-professionals en beleidsmakers >

Professionals in de ggz

LSFVP-jaarverslag 2016: er gaat veel goed, maar nog niet alles

“Familie en naasten in de ggz hebben de tijd mee: de Inspectie, de Tweede Kamer én de beroepsgroep willen dat naasten worden betrokken en gehoord. Reden te meer om aan de bel te trekken als het niét gebeurt.” Dat zegt directeur Rob Jongejans in het jaarverslag 2016 van de LSFVP.

In dit jaarverslag leest u de signalen van familievertrouwenspersoon over de ggz en de problemen die naasten daarin tegenkomen. Daarnaast vindt u in het jaarverslag informatie over onze organisatie en het project ‘Familievertrouwenswerk in het sociaal domein’.

Speciaal voor ggz-professionals en beleidsmakers schreven we een uitgebreide versie.  Lees het LSFVP-jaarverslag 2016 voor ggz-professionals en beleidsmakers >

Er is ook een ingekorte publieksversie beschikbaar, bedoeld voor iedereen die meer wil weten over de ggz en de positie van familie en naasten. Lees de publieksversie van het LSFVP-jaarverslag 2016 >

Familie en naastbetrokkenen, Uitgelicht

LSFVP-jaarverslag 2016: er gaat veel goed, maar nog niet alles

“Familie en naasten in de ggz hebben de tijd mee: de Inspectie, de Tweede Kamer én de beroepsgroep willen dat naasten worden betrokken en gehoord. Reden te meer om aan de bel te trekken als het niét gebeurt.” Dat zegt directeur Rob Jongejans in het jaarverslag 2016 van de LSFVP.

In dit jaarverslag leest u de signalen van familievertrouwenspersoon over de ggz en de problemen die naasten daarin tegenkomen. Daarnaast vindt u in het jaarverslag informatie over onze organisatie en het project ‘Familievertrouwenswerk in het sociaal domein’.

De publieksversie van ons jaarverslag is bedoeld voor iedereen die meer wil weten over de ggz en de positie van familie en naasten. Lees de publieksversie van het LSFVP-jaarverslag 2016 >

Voor ggz-professionals en beleidsmakers is ook een meer uitgebreide versie beschikbaar. Lees het LSFVP-jaarverslag 2016 voor ggz-professionals en beleidsmakers >