Professionals in de ggz

Onze nieuwsbrief november 2017: de mantelzorger centraal

Naar de nieuwsbrief >

Inhoud

Vertrouwen in de toekomst? Wat betekent het regeerakkoord voor naasten in de ggz?
Familievertrouwenspersoon Fred Besemer: mantelzorgers verdwalen in de hulpverlening
Ervaringsverhaal: “Mijn bezorgdheid werd niet op prijs gesteld”
SCP-rapport Wmo: hoe goed functioneert het keukentafelgesprek?
Blog: Voorkom dat mantelzorgers overbelast raken, luister naar ze!

Uitgelicht

Onze nieuwsbrief november 2017: de mantelzorger centraal

Naar de nieuwsbrief >

Inhoud

Vertrouwen in de toekomst? Wat betekent het regeerakkoord voor naasten in de ggz?
Familievertrouwenspersoon Fred Besemer: mantelzorgers verdwalen in de hulpverlening
Ervaringsverhaal: “Mijn bezorgdheid werd niet op prijs gesteld”
SCP-rapport Wmo: hoe goed functioneert het keukentafelgesprek?
Blog: Voorkom dat mantelzorgers overbelast raken, luister naar ze!

Sociaal domein

SCP: Mantelzorgers hebben hun grenzen in het geven van hulp bereikt

Gemeenten ondersteunen mantelzorgers nog te weinig, terwijl zij dit volgens de wet wel moeten doen. Dat staat in Zicht op de Wmo 2015 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat eind oktober 2017 verscheen. Volgens het rapport komt tijdens het keukentafelgesprek, waarin de gemeente bepaalt hoeveel zorg iemand krijgt, meestal niet aan bod wat mantelzorgers doen. Hoe zwaar het zorgen voor een naaste voor hen is en of ze daarbij ondersteuning zouden willen, is vaak geen onderwerp van gesprek. Ook blijkt het gebrek aan kennis over ggz-problematiek bij gespreksvoerders aan de keukentafel een hardnekkig probleem te zijn.

Als in een keukentafelgesprek mantelzorg inzetbaar lijkt, moet de gemeente volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) nagaan hoe het staat met de belasting van de mantelzorger. Ook moet worden vastgesteld of de mantelzorger ondersteuning wil. Maar liefst zes van de tien mantelzorgers zeggen dat ze wel ondersteuning nodig hebben, maar niet ontvangen. Twee derde van de mantelzorgers geeft aan dat hun grenzen in het geven van hulp zijn bereikt. Zij willen of kunnen niet meer hulp geven dan ze nu doen.

Mantelzorger behoefte aan meer zeggenschap

Al met al lijken er wel veel verschillende vormen van mantelzorgondersteuning beschikbaar te zijn in gemeenten, maar is het gebruik relatief gering, doordat mantelzorgers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Bij ongeveer een zesde van de mantelzorgers leefde de wens om meer zeggenschap te hebben over de totale zorg die hun hulpbehoevende krijgt, inclusief die van professionele zorgverleners. Veel mantelzorgers waren ontevreden over het contact met de gemeente over de ondersteuning van de hulpbehoevende of van henzelf. Ze voelden vaak zich niet gehoord.

Familievertrouwenswerk ggz in het sociaal domein

De LSFVP helpt gemeenten om bij keukentafelgesprekken oog te houden voor familie en naasten. De familievertrouwenspersoon heeft kennis van de ggz en van de specifieke ondersteuningsmogelijkheden voor ggz-mantelzorgers. Mantelzorgers geven aan zich hierdoor wél gehoord te voelen. Met ondersteuning van de familievertrouwenspersoon kunnen ze beter omgaan met de situatie en houden ze het langer vol. Daardoor kan de cliënt daadwerkelijk langer thuis blijven wonen.

Leren hulp vragen

Het is een bekend gegeven dat mantelzorgers van mensen met een ernstige psychische aandoening zwaarder belast zijn dan andere mantelzorgers. Tegelijkertijd zijn zij terughoudend in het vragen van hulp binnen hun eigen netwerk. Uit schaamte, omdat ze hun omgeving er niet mee willen lastigvallen of omdat ze niet weten bij wie ze voor wat kunnen aankloppen.

Ypsilon ontwikkelde een toolkit met instrumenten die mantelzorgers in de ggz helpen om hun vraag zó te stellen, dat ze daadwerkelijk hulp krijgen vanuit hun netwerk. De toolkit wordt gepresenteerd op de Dag van de Mantelzorg 2017.

Meer informatie over de toolkit vindt u op de website van Ypsilon >

Meer informatie over mantelzorg en mantelzorgondersteuning vindt u op de website van Mezzo >

 

Professionals in de ggz

SCP: Mantelzorgers hebben hun grenzen in het geven van hulp bereikt

Gemeenten ondersteunen mantelzorgers nog te weinig, terwijl zij dit volgens de wet wel moeten doen. Dat staat in Zicht op de Wmo 2015 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat eind oktober 2017 verscheen. Volgens het rapport komt tijdens het keukentafelgesprek, waarin de gemeente bepaalt hoeveel zorg iemand krijgt, meestal niet aan bod wat mantelzorgers doen. Hoe zwaar het zorgen voor een naaste voor hen is en of ze daarbij ondersteuning zouden willen, is vaak geen onderwerp van gesprek. Ook blijkt het gebrek aan kennis over ggz-problematiek bij gespreksvoerders aan de keukentafel een hardnekkig probleem te zijn.

Als in een keukentafelgesprek mantelzorg inzetbaar lijkt, moet de gemeente volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) nagaan hoe het staat met de belasting van de mantelzorger. Ook moet worden vastgesteld of de mantelzorger ondersteuning wil. Maar liefst zes van de tien mantelzorgers zeggen dat ze wel ondersteuning nodig hebben, maar niet ontvangen. Twee derde van de mantelzorgers geeft aan dat hun grenzen in het geven van hulp zijn bereikt. Zij willen of kunnen niet meer hulp geven dan ze nu doen.

Mantelzorger behoefte aan meer zeggenschap

Al met al lijken er wel veel verschillende vormen van mantelzorgondersteuning beschikbaar te zijn in gemeenten, maar is het gebruik relatief gering, doordat mantelzorgers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Bij ongeveer een zesde van de mantelzorgers leefde de wens om meer zeggenschap te hebben over de totale zorg die hun hulpbehoevende krijgt, inclusief die van professionele zorgverleners. Veel mantelzorgers waren ontevreden over het contact met de gemeente over de ondersteuning van de hulpbehoevende of van henzelf. Ze voelden vaak zich niet gehoord.

Familievertrouwenswerk ggz in het sociaal domein

De LSFVP helpt gemeenten om bij keukentafelgesprekken oog te houden voor familie en naasten. De familievertrouwenspersoon heeft kennis van de ggz en van de specifieke ondersteuningsmogelijkheden voor ggz-mantelzorgers. Mantelzorgers geven aan zich hierdoor wél gehoord te voelen. Met ondersteuning van de familievertrouwenspersoon kunnen ze beter omgaan met de situatie en houden ze het langer vol. Daardoor kan de cliënt daadwerkelijk langer thuis blijven wonen.

Leren hulp vragen

Het is een bekend gegeven dat mantelzorgers van mensen met een ernstige psychische aandoening zwaarder belast zijn dan andere mantelzorgers. Tegelijkertijd zijn zij terughoudend in het vragen van hulp binnen hun eigen netwerk. Uit schaamte, omdat ze hun omgeving er niet mee willen lastigvallen of omdat ze niet weten bij wie ze voor wat kunnen aankloppen.

Ypsilon ontwikkelde een toolkit met instrumenten die mantelzorgers in de ggz helpen om hun vraag zó te stellen, dat ze daadwerkelijk hulp krijgen vanuit hun netwerk. De toolkit wordt gepresenteerd op de Dag van de Mantelzorg 2017.

Meer informatie over de toolkit vindt u op de website van Ypsilon >

Meer informatie over mantelzorg en mantelzorgondersteuning vindt u op de website van Mezzo >

 

Familie en naastbetrokkenen

SCP: Mantelzorgers hebben hun grenzen in het geven van hulp bereikt

Gemeenten ondersteunen mantelzorgers nog te weinig, terwijl zij dit volgens de wet wel moeten doen. Dat staat in Zicht op de Wmo 2015 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat eind oktober 2017 verscheen. Volgens het rapport komt tijdens het keukentafelgesprek, waarin de gemeente bepaalt hoeveel zorg iemand krijgt, meestal niet aan bod wat mantelzorgers doen. Hoe zwaar het zorgen voor een naaste voor hen is en of ze daarbij ondersteuning zouden willen, is vaak geen onderwerp van gesprek. Ook blijkt het gebrek aan kennis over ggz-problematiek bij gespreksvoerders aan de keukentafel een hardnekkig probleem te zijn.

Als in een keukentafelgesprek mantelzorg inzetbaar lijkt, moet de gemeente volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) nagaan hoe het staat met de belasting van de mantelzorger. Ook moet worden vastgesteld of de mantelzorger ondersteuning wil. Maar liefst zes van de tien mantelzorgers zeggen dat ze wel ondersteuning nodig hebben, maar niet ontvangen. Twee derde van de mantelzorgers geeft aan dat hun grenzen in het geven van hulp zijn bereikt. Zij willen of kunnen niet meer hulp geven dan ze nu doen.

Mantelzorger behoefte aan meer zeggenschap

Al met al lijken er wel veel verschillende vormen van mantelzorgondersteuning beschikbaar te zijn in gemeenten, maar is het gebruik relatief gering, doordat mantelzorgers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Bij ongeveer een zesde van de mantelzorgers leefde de wens om meer zeggenschap te hebben over de totale zorg die hun hulpbehoevende krijgt, inclusief die van professionele zorgverleners. Veel mantelzorgers waren ontevreden over het contact met de gemeente over de ondersteuning van de hulpbehoevende of van henzelf. Ze voelden vaak zich niet gehoord.

Familievertrouwenswerk ggz in het sociaal domein

De LSFVP helpt gemeenten om bij keukentafelgesprekken oog te houden voor familie en naasten. De familievertrouwenspersoon heeft kennis van de ggz en van de specifieke ondersteuningsmogelijkheden voor ggz-mantelzorgers. Mantelzorgers geven aan zich hierdoor wél gehoord te voelen. Met ondersteuning van de familievertrouwenspersoon kunnen ze beter omgaan met de situatie en houden ze het langer vol. Daardoor kan de cliënt daadwerkelijk langer thuis blijven wonen.

Leren hulp vragen

Het is een bekend gegeven dat mantelzorgers van mensen met een ernstige psychische aandoening zwaarder belast zijn dan andere mantelzorgers. Tegelijkertijd zijn zij terughoudend in het vragen van hulp binnen hun eigen netwerk. Uit schaamte, omdat ze hun omgeving er niet mee willen lastigvallen of omdat ze niet weten bij wie ze voor wat kunnen aankloppen.

Ypsilon ontwikkelde een toolkit met instrumenten die mantelzorgers in de ggz helpen om hun vraag zó te stellen, dat ze daadwerkelijk hulp krijgen vanuit hun netwerk. De toolkit wordt gepresenteerd op de Dag van de Mantelzorg 2017.

Meer informatie over de toolkit vindt u op de website van Ypsilon >

Meer informatie over mantelzorg en mantelzorgondersteuning vindt u op de website van Mezzo >

 

Professionals in de ggz

Voorkomen is beter dan genezen

Blog | Jettie Zijlstra

Er zijn prachtige initiatieven om mantelzorgers van cliënten in de ggz te ondersteunen. Daarnaast pleit ik ervoor om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken door hun ervaringen met ‘de ggz’. Te vaak hoor ik van mantelzorgers dat ze zich niet gehoord en gezien voelen. Ze voelen zich geparkeerd aan de zijlijn, machteloos. Er wordt van hen verwacht dat ze lijdzaam ondergaan dat deskundigen van de ene op de andere dag de zorg voor hun dierbare overnemen. Niet hun kijk op de zaak kunnen delen, niet de plaats aan de hersteltafel krijgen die ze toekomt, maakt naasten vleugellam. Hulpverleners kunnen hierin een preventieve rol spelen door de last van mantelzorgers niet te vergroten – ze hebben het al zwaar genoeg.

Ik ben ervan overtuigd dat het loont om te investeren in effectieve en gelijkwaardige communicatie met naasten. In de anderhalf jaar dat ik werk als familievertrouwenspersoon in de ggz, zag ik een enorme variatie in de manier waarop met naasten wordt omgegaan. De instellingen hebben afzonderlijk vaak uitstekend geformuleerd familiebeleid en ook de generieke module samenwerking en ondersteuning naasten geeft handvatten. Maar in de praktijk blijkt het soms lastig om daar handen en voeten aan te geven.

En eigenlijk is het zo simpel: luister naar naasten, maak tijd voor ze. Zie de naaste als deskundig wat betreft de cliënt. Het betrekken van naasten is gunstig voor het herstel van cliënten en zorgt ervoor dat hun netwerk intact blijft. Hulpverleners zijn passanten in het leven van de cliënt, naasten zijn er voor altijd. Dat is de realiteit. Er zijn natuurlijk uitzonderingen waarbij anders gehandeld moet worden, maar laat die niet de regel bepalen.

Laatst zag ik de documentaire ‘IJskastmoeders’, waarin een moeder vertelt dat het haar niet lukte om een goed contact te krijgen met de behandelaren van haar autistische zoon. Later bleek dat zijzelf werd gezien als de oorzaak van haar zoons gedrag: de emotionele kilte van de ‘ijskastmoeder’ zou leiden tot autistisme. Dit idee is gelukkig achterhaald, maar liefdevolle en adequaat betrokken naasten worden in de ggz anno nu toch nog steeds te vaak buiten spel gezet.

De hedendaagse herstelgerichte ggz positioneert mantelzorgers in de triade op een wijze die bemoedigend is voor de toekomst. Laten we daarnaar handelen.

.

Jettie Zijlstra is familievertrouwenspersoon in Friesland en Groningen en Drenthe

De documentaire ‘IJskastmoeders’ (Andere Tijden) werd uitgezonden op 14 oktober 2017 en is te zien op npo.nl >

 

Sociaal domein

Vertrouwen in de toekomst: ja en nee

“Het nieuwe kabinet roept op tot ‘Vertrouwen in de toekomst’. Dat is iets wat familie en naasten van mensen met ernstige psychiatrische problemen niet altijd meer kunnen opbrengen. Psychiatrische aandoeningen zijn vaak lastig behandelbaar. Goede en slechte perioden wisselen elkaar af. Dan is het van belang dat de situatie voor naasten hanteerbaar blijft.” LSFVP-projectleider Peter van de Broek ziet daar zeker aanknopingspunten voor in het regeerakkoord. Maar hij ziet ook risico’s.

Meer aandacht voor mantelzorgers

“Positief is de grote aandacht voor kwetsbare groepen en de investering in mantelzorg- en cliëntondersteuning. Verder zet het kabinet in op integrale zorg voor ggz-cliënten buiten de instelling, toegang tot de Wet langdurige zorg voor cliënten die langdurige zorg nodig hebben en een beter vangnet voor mensen met verward gedrag. Allemaal zaken waar naasten in de ggz baat bij kunnen hebben.”

Naasten vangen het capaciteitsprobleem op

“De ambulantisering en de beweging van tweedelijnszorg naar de eerste lijn zet de komende jaren gewoon door. Verder moet een nieuw ‘hoofdlijnakkoord’ leiden tot een bezuiniging van € 100 miljoen. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de huidige wachtlijsten in de ggz. De ambulantisering heeft geleid tot een versnelde afbouw van de opnamecapaciteit van instellingen, zonder dat er buiten de instelling al voldoende zorgaanbod is. En door die beperkte capaciteit kunnen basis-ggz en huisartsen patiënten lastig doorverwijzen naar een instelling. Mensen met psychiatrische problemen krijgen daardoor niet de zorg die ze nodig hebben. Maar ook hun naasten komen in een lastiger pakket, want die kunnen niet zeggen dat ‘er even geen capaciteit is’.”

Laat ook naasten participeren

“Het kabinet zet de beweging door om mensen met psychiatrische problemen zo veel mogelijk mee te laten doen in de samenleving en stigmatisering tegen te gaan. Dit streven mag verbreed worden tot de naasten van cliënten. Meedoen betekent ook voorkomen dat crisissituaties ontstaan, dat mensen voor gesloten deuren staan en van het kastje naar de muur worden gestuurd. Alleen dán kunnen naasten en mantelzorgers het volhouden. En ook al zijn niet alle psychiatrische problemen behandelbaar, de situatie kan best hanteerbaar blijven.”

Familievertrouwenspersoon in het sociaal domein

“Met het project Sociaal Domein werkt de LSFVP aan de beschikbaarheid van familievertrouwenswerk buiten de instellingen, dus in de basis-ggz, de huisartsenpraktijk en binnen het gemeentelijk aanbod. De familievertrouwenspersoon kent de ggz en het zorgaanbod, helpt naasten betrokken te blijven bij de behandeling van de cliënt en geeft ze adviezen om zelf overeind te blijven. Want vertrouwen in de toekomst, dat verdient iedereen.”

Peter van den Broek is projectleider Familievertrouwenswerk in het sociaal domein

Meer informatie over dit project > 

 

Familie en naastbetrokkenen

Vertrouwen in de toekomst: ja en nee

“Het nieuwe kabinet roept op tot ‘Vertrouwen in de toekomst’. Dat is iets wat familie en naasten van mensen met ernstige psychiatrische problemen niet altijd meer kunnen opbrengen. Psychiatrische aandoeningen zijn vaak lastig behandelbaar. Goede en slechte perioden wisselen elkaar af. Dan is het van belang dat de situatie voor naasten hanteerbaar blijft.” LSFVP-projectleider Peter van de Broek ziet daar zeker aanknopingspunten voor in het regeerakkoord. Maar hij ziet ook risico’s.

Meer aandacht voor mantelzorgers

“Positief is de grote aandacht voor kwetsbare groepen en de investering in mantelzorg- en cliëntondersteuning. Verder zet het kabinet in op integrale zorg voor ggz-cliënten buiten de instelling, toegang tot de Wet langdurige zorg voor cliënten die langdurige zorg nodig hebben en een beter vangnet voor mensen met verward gedrag. Allemaal zaken waar naasten in de ggz baat bij kunnen hebben.”

Naasten vangen het capaciteitsprobleem op

“De ambulantisering en de beweging van tweedelijnszorg naar de eerste lijn zet de komende jaren gewoon door. Verder moet een nieuw ‘hoofdlijnakkoord’ leiden tot een bezuiniging van € 100 miljoen. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de huidige wachtlijsten in de ggz. De ambulantisering heeft geleid tot een versnelde afbouw van de opnamecapaciteit van instellingen, zonder dat er buiten de instelling al voldoende zorgaanbod is. En door die beperkte capaciteit kunnen basis-ggz en huisartsen patiënten lastig doorverwijzen naar een instelling. Mensen met psychiatrische problemen krijgen daardoor niet de zorg die ze nodig hebben. Maar ook hun naasten komen in een lastiger pakket, want die kunnen niet zeggen dat ‘er even geen capaciteit is’.”

Laat ook naasten participeren

“Het kabinet zet de beweging door om mensen met psychiatrische problemen zo veel mogelijk mee te laten doen in de samenleving en stigmatisering tegen te gaan. Dit streven mag verbreed worden tot de naasten van cliënten. Meedoen betekent ook voorkomen dat crisissituaties ontstaan, dat mensen voor gesloten deuren staan en van het kastje naar de muur worden gestuurd. Alleen dán kunnen naasten en mantelzorgers het volhouden. En ook al zijn niet alle psychiatrische problemen behandelbaar, de situatie kan best hanteerbaar blijven.”

Familievertrouwenspersoon in het sociaal domein

“Met het project Sociaal Domein werkt de LSFVP aan de beschikbaarheid van familievertrouwenswerk buiten de instellingen, dus in de basis-ggz, de huisartsenpraktijk en binnen het gemeentelijk aanbod. De familievertrouwenspersoon kent de ggz en het zorgaanbod, helpt naasten betrokken te blijven bij de behandeling van de cliënt en geeft ze adviezen om zelf overeind te blijven. Want vertrouwen in de toekomst, dat verdient iedereen.”

Peter van den Broek is projectleider Familievertrouwenswerk in het sociaal domein

Meer informatie over dit project >