Aandacht voor suïcide in de ggz

Zelfmoord in de ggz komt regelmatig voor. Circa 40% van de mensen die suïcide plegen is in zorg bij een GGZ-instelling. Een belangrijk deel van het werk van de familievertrouwenspersonen is dan ook het ondersteunen van de nabestaanden in zo’n geval. Voor nabestaanden is zo’n overlijden een enorme schok. Je denkt immers dat een opname zelfdoding voorkomt.

Radioprogramma Argos had begin juni een aflevering over zelfmoord in de ggz. In deze aflevering was veel aandacht voor de zelfdoding van Orlando, een zesentwintigjarige jongen die zich in 2016 in een kliniek van het leven heeft beroofd. Zijn ouders komen uitgebreid aan het woord. Zij gaven bij de instelling aan dat de signalen die Orlando afgaf niet serieus genomen waren, voelden zich vervolgens niet gehoord en zijn een klachtenprocedure gestart. Uiteindelijk is de instelling op de vingers getikt.

Binnen de ggz wordt hard gewerkt om het aantal suïcides terug te dringen. Ondermeer door het Suïcidepreventie Actienetwerk, SUPRANET GGZ. Dit is een netwerk van ggz instellingen, met als doel het aantal suïcides en pogingen onder hun patiënten fors terug te dringen. Ze leren van elkaar om de zorg voor suïcidale mensen te verbeteren. Dat dit werkt is in buitenlandse programma’s al aangetoond.

Lees meer over het perspectief van patiënten en naasten op suïcidepreventie in de zorg in het factsheet van 113.

 

Terug