“De verslaving van onze zoon bepaalde ons hele leven”

Ze hebben drie volwassen kinderen. Hun zoon Pim (30) is verslaafd aan cocaïne. Hij heeft meerdere afkickpogingen achter de rug, maar valt telkens weer terug in zijn verslaving. Ze zijn er nog niet in geslaagd hem te helpen, maar hielpen wel zichzelf. “We willen als gezin staande blijven en als dat niet met zijn vijven is, dan toch zeker met zijn vieren.” 

In eerste instantie probeerden ze hun zoon zelf te redden. Dat had weinig resultaat, vertelt de moeder. “Volgens Pim had hij geen probleem, wíj hadden een probleem. Hij ging braaf mee naar de verslavingszorg, maar achter mijn rug lachte hij me uit: hij deed het alleen om ons rustig te houden, zodat hij kon blijven gebruiken.”

Zijn vader heeft soortgelijke ervaringen. “Ik heb hem een keer op de fiets naar de verslavingszorg gebracht. Bij de oprijlaan namen we afscheid en ben ik teruggefietst. De dag erna kreeg ik een telefoontje van de begeleider: hij was niet eens binnen geweest, hij was direct via een andere route terug naar huis gefietst. Dan denk je dat je aan het helpen bent, maar het gaat alleen maar slechter en slechter.”

Waar bestaat dat ‘helpen’ uit? “Uit opvissen, opvangen, redderen”, zegt de moeder en ze maakt een teder, omarmend gebaar. “Als Pim gebruikt, gebruikt hij grote hoeveelheden. Dan wordt hij paranoia, trekt zich terug, doet de deur niet meer open en neemt de telefoon niet meer op. We willen vooral contact houden, hem niet verliezen.” De vader herinnert zich dat hij ooit in vliegende vaart op de motor naar Pims huis reed en op de deur heeft staan bonken. “Uit onmacht, woede, alles door elkaar. Ik was volledig in paniek. Hij was thuis, maar de deur ging niet eens op een kier. Je voelt je zo machteloos!”

Ze zijn heel tevreden over de hulpverlening. Het contact met de instelling was laagdrempelig en ze werden steeds betrokken bij de behandeling. Maar de verslaving liet haar littekens na, vertelt de moeder. “Het heeft veel invloed gehad op onze twee dochters, die het van jongs af aan hebben meegemaakt. De jongste zegt: tot hier en niet verder, ik wil mezelf beschermen. De oudste vindt het juist moeilijk om afstand te bewaren. Ze ziet hoe eenzaam haar broer is in zijn strijd en trekt het zich verschrikkelijk aan. Mijn man wil alles op een rijtje zetten en het probleem oplossen. En ik ben de ontredderde moeder, die alleen maar verdrietig en angstig is. We raakten verstrooid binnen het gezin, omdat ieder er anders in stond.”

Het gezin werd aangemeld voor gezinstherapie, maar die liet op zich wachten. In die periode kwamen ze in contact met familievertrouwenspersoon Joke van der Veer. Ze voerden vier gesprekken met haar, als gezin, maar zonder Pim. Moeder: “Die gesprekken gingen vooral over: hoe ga je om met iemand die verslaafd is? Hoe kun je elkaar daarbij helpen? Waar sta je zelf en waar sta je samen? We begrijpen nu dat wij vieren Pim niet kunnen redden, dat hij het zelf moet doen. We zagen onszelf in de spiegel die Joke ons voorhield: wat zijn we in godsnaam aan het doen? Ik heb zelfs gedacht: we staan zijn beter- worden in de weg. Dat wil je toch niet?”

Vader: “De verslaving van onze zoon bepaalde ons hele leven. We waren altijd met hem bezig. We nodigden geen vrienden uit, omdat we het te pijnlijk vonden om hun goedbedoelde vragen te beantwoorden. We gingen niet op vakantie, omdat we Pim niet alleen durfden te laten. We konden niet meer genieten van onze eigen dingen. Daar staan we nu anders in. Er is meer afstand. Het probleem van onze zoon laat zich niet zomaar oplossen, daar zijn we sinds de laatste terugval wel achter. We ondersteunen hem nog wel, maar het is duidelijk dat hij het zelf moet oplossen. Ons leven gaat ook verder. We zijn deze zomer drie weken in het buitenland geweest. We dachten: Pims verslaving is er en blijft er, maar we gaan wel weg! Een jaar geleden was die reis ondenkbaar geweest.”

Pim heeft volgende week een afspraak met de psychiater over medicatie. Volgens zijn ouders is hij al twee weken clean. Maar het vertrouwen is er nog niet, zegt zijn moeder. “Ik kijk nog steeds of zijn dure jas er wel hangt, of hij die niet heeft verkocht om aan drugs te komen. Ik leef met de angst dat mijn zoon geen zin meer heeft in leven. Een grote angst, want ik wil hem zo graag gelukkig zien. Dan bekijk ik foto’s van vroeger en denk: kijk, daar lacht-ie. Ik zie hem niet meer lachen en dat doet pijn. Maar ik heb niet meer het gevoel dat ik daar iets aan kan of moet doen en dat geeft me een zekere rust. Daarom wil ik aan alle naasten van verslaafden meegeven: zoek hulp voor jezelf. De familievertrouwenspersoon kan je daarbij de weg wijzen.”

Het gezin wenst anoniem te blijven

Terug