Ervaringen van een familievertrouwenspersoon

Het is alweer twee jaar geleden dat ik mijn debuut maakte als familievertrouwenspersoon.

Ik sprak in die tijd met twee dochters over de niet afgestemde en abrupte ontslagplannen die voor hun ernstig zieke moeder werden gelanceerd door de behandelaren. De dochters, zelf veel te vroeg volwassen geworden met een moeder met psychotische episodes, de één zelfs voor de wet nog minderjarig, werden door het lot geplaatst in de rol van mantelzorger. Dit in een ontwikkelingsfase die normaal gesproken gedomineerd wordt door de eigen sociale en maatschappelijke ontplooiing. Ik kan me nog goed herinneren hoe indrukwekkend ik het vond te horen hoe goed deze dochters er in slaagden een gebalanceerde verhouding te blijven vinden, in liefdevolle, zorgzame en respectvolle verhouding tot hun moeder. De steun die zij elkaar konden geven in dit proces, zorgde er vermoedelijk voor dat ze hun eigen levens inclusief studies konden blijven voortzetten.

Hoe onthutsend was het om te zien hoe schraal de informatie was die de GGz instelling, die de zorg voor moeder verleende aan de dochters gaf. Het leek wel alsof de dochters onzichtbaar waren voor de hulpverleners, terwijl de dochters in het weekendverlof zeer belangrijk waren voor de veiligheid van de moeder, als in suicidepreventie. Vooral onthutsend omdat ik zelf decennia lang ervaring heb als GGz professional.

In het gesprek wat ik voerde met de dochters werd me duidelijk waar mijn werk vanaf dit moment over ging en gaat: de naasten helpen om gezien en gehoord te worden als samenwerkingspartner in de zorg. Perspectieven bij elkaar brengen. Een brug slaan naar de hulpverleners.

Het is een belangrijke uitdaging voor de GGz om meer oog voor mantelzorgers te hebben en op een goede manier met hen samen te werken. Over het hoofd gezien worden is zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen in je positie als mantelzorger. Het vergroot de draaglast enorm, terwijl de omstandigheden al zoveel vragen van de draagkracht. De mantelzorger verdient meer respect en zorgvuldigheid. Het motto: “wie zorgt, praat mee” zegt het simpel.

Daar waar steeds meer partijen betrokken zijn, door transitie en ambulantisering, blijven de mensen die de cliënt al een leven lang kennen en zeer belangrijk zijn voor het herstel, nog al te vaak buiten het blikveld van de professionals.

De familievertrouwenspersoon is een samenwerkingspartner voor familie en naasten, om zorg goed af te stemmen en om de naasten gehoord en gezien te laten worden in de wereld van de GGz.

 

Terug