Mantelzorgers van ggz-cliënten ervaren groot kennistekort

SCP-directeur Kim Putters ging tijdens het F-ACT congres in september in op maatschappelijke trends en de geestelijke gezondheidszorg. Daaronder de ‘belofte’ van mantelzorg en de betrokkenheid van familie/naasten.

Veel mantelzorgers van mensen met dementie, met psychische problemen en van verstandelijk beperkten ervaren een groot kennistekort over het omgaan met de beperkingen.

Verder lijken veel mantelzorgers van ggz-cliënten vaker overbelast. Ze hebben het idee er alleen voor te staan en ervaren hun zorgtaken als intensief en zwaar.

Voor deze specifieke groep mantelzorgers is er minder ondersteuning of respijtzorg, zoals logeerplekken, beschikbaar waardoor zij zich vaker overbelast voelen. Zij zijn minder tevreden over samenwerking tussen en contact met de professionals die hun naasten behandelen.

Nu de overheid en de gemeenten steeds meer een beroep doen op eigen regie van patiënten, wordt het voor naasten en familie steeds zwaarder hen daarin te ondersteunen. Dat geeft stress en zorgt op den duur voor overbelasting.

Belangrijk daarbij is dat er meer inspraak en zeggenschap komt, volgens Putters. Steeds meer patiënten, cliënten en hun naasten willen en kunnen zelf zeggenschap krijgen over hun zorg en ondersteuning. Tegelijkertijd kan niet iedereen door de bomen het bos blijven zien in de complexe zorgsector. Daarom zijn zaakwaarnemers (zoals casemanagers en buddy’s en wat ons betreft ook fvp’en) nodig. Familievertrouwenspersonen herkennen uit hun eigen praktijk dat in de sociale teams en in de gemeentelijke zorg vaak de ggz-expertise ontbreekt. De fvp kan niet de uitvoering van hulp of de coördinatie op zich nemen. Wat de fvp naast het bieden van een luisterend oor wél kan doen, is familie/naasten informeren over de aandoening van hun naaste met psychiatrische problematiek en het omgaan daarmee. De fvp kan familie/naasten verwijzen naar hulp of bemiddelen in de contacten met een hulpverlener. De fvp kan hiermee een verbinding leggen tussen familie/naasten en hulpverlener en hulpverleners onderling door het inbrengen van het familieperspectief als onderdeel van het handelen.

 

Terug