Mijn bezorgdheid werd niet op prijs gesteld

“Toen ik voor het eerst een congres voor naasten in de psychiatrie bezocht, ben ik erg geschrokken. Ik trof mensen aan die murw en lamgeslagen waren, alsof ze het hadden opgegeven. Ik wist zeker dat mij dat niet zou gebeuren, dat ik altijd zou blijven vechten voor mijn kind. Maar twee psychoses verder had ook ik dat punt bereikt.”

Aan het woord is een moeder van een jongen met dubbele diagnose: psychosegevoeligheid en een vorm van autisme. Hij kreeg zijn eerste psychose toen hij 17 was en verbleef twee maanden vrijwillig in de jeugdpsychiatrie. Bij de tweede psychose lukte het de moeder niet om de ernst van de situatie met de hulpverleners te bespreken. Die hadden een eigen inschatting van de situatie en adviseerden haar om ‘op haar handen te gaan zitten’. Haar bezorgdheid werd niet op prijs gesteld. Achteraf kreeg ze wel excuses dat ze fout zaten, maar voor haar zoon was het toen al te laat: het werd een gedwongen opname.

‘Kunt u het kort houden?’

“Bij zijn eerste opname woonde mijn zoon in een behandelhuis. Als er iets mis was, werd ik meteen gebeld: ‘Wil je even komen? Volgens ons gaat het niet goed met je zoon. We willen even weten of jij dat ook vind, want jij kent hem het beste.” Het contact met de psychiater, de groepsleiding en de persoonlijk begeleider was geweldig. Ik weet dus hoe het kán. Maar op een andere woonplek heb ik ooit van een begeleider te horen gekregen: ‘Kunt u het kort houden? We hebben hier nog meer jongeren.’ Later begreep ik dat de begeleiders ‘niets hoefden te doen’ als ik belde. Ik kan niemand uitleggen wat dat met je doet: je kind is in crisis en je wordt niet serieus genomen.”

Geen contact is geen optie

“Inmiddels begrijp ik dat geen contact meer hebben met de begeleiders van mijn zoon geen oplossing is. Of we nu willen of niet, we zitten in een driehoeksverhouding: de triade. Ik heb een sterke band met mijn zoon, maar zijn band met de begeleiders zal zich ook ontwikkelen. En hoe steviger die band wordt, hoe meer ik mijn zoon los kan laten. Daar is wel vertrouwen voor nodig: vertrouwen dat de begeleiders het goed overnemen. Zolang er geen goede samenwerking is, kan en mag ik mijn kind niet helemaal loslaten.

Er is nog veel winst te behalen in de triade. Ik zou willen dat er meer met de kennis van naasten wordt gedaan. Met een kleine investering krijg je zoveel terug! Ik ben ook deskundig, ik ken mijn kind als geen ander, dus maak daar gebruik van! Als naasten niet gehoord worden en telkens weer tegen muren aan lopen, raken ze overspannen en hebben ze zelf psychische hulp nodig.”

Familievertrouwenspersoon maakt het bespreekbaar

“Na een paar negatieve ervaringen heb ik de familievertrouwenspersoon ingeschakeld. Het was erg fijn om mijn hart te kunnen luchten en met iemand te kunnen sparren. We hebben samen een aantal gesprekken georganiseerd: met begeleiders, managers en een psychiater. Niet alle gesprekken leverden op wat ik had gehoopt, maar ik heb in elk geval kunnen vertellen hoe ik het heb beleefd. Dat lucht op. Ik doe alleen nog dingen waar ik energie van krijg. Ik ga me bijvoorbeeld opgeven voor de familieraad van de ggz-instelling. Op die manier hoop ik iets constructiefs te doen met mijn ervaringen.”

De moeder wenst anoniem te blijven

 

Terug