Naasten van verslaafden leren loslaten in liefde

De uitputting is vaak van hun gezichten af te lezen als naasten van verslaafden aankloppen bij familievertrouwenspersoon Joke van der Veer. “Alles draait om de verslaafde, de familie cijfert zichzelf helemaal weg.” Als familievertrouwenspersoon helpt ze naasten weer grip te krijgen op hun eigen leven door duidelijke grenzen te stellen.

“Loslaten, maar wel bij hem blijven” noemt Joke dat stellen van grenzen, geïnspireerd op het gedicht ‘Loslaten in liefde’ van Nelson Mandela. “Ik geef dat gedicht aan naasten. Je helpt een verslaafde alleen door hem zélf verantwoordelijkheid te laten nemen over zijn leven. Daarvoor moet je hem loslaten, hem geen dingen meer uit handen nemen. Dat is heel moeilijk – vaak kunnen naasten het niet aanzien hoe iemand afglijdt. Ik probeer naasten te laten inzien dat de verslaafde door zijn eigen pijn heen moet en dat ze hem juist helpen door afstand te nemen. Een verslaafde moet er zelf achter komen waarom hij drinkt of drugs gebruikt en zelf gemotiveerd raken om daarvan af te komen.”

Confronterende gesprekken

Familievertrouwenspersonen zetten zich in voor naasten van mensen met psychiatrische of verslavingsproblemen. Joke: “Ik bied naasten een luisterend oor, geef ze inzicht in de situatie en hun rol daarin, geef ze tips om daarmee om te gaan, informeer ze over hun rechten en wijs ze de weg in de ggz.” Naasten van mensen met psychiatrische problemen roepen haar hulp vooral in bij onvrede over de behandeling of bejegening door een behandelaar. Trajecten met naasten van verslaafden zijn langduriger en kunnen heel confronterend zijn. Joke: “Niet zelden adviseer ik naasten van verslaafden om zélf in therapie te gaan.”

Verslaafd gedrag, ook van naasten

Vaak ontbreekt het naasten aan inzicht in de situatie. Als professionele buitenstaander kan de familievertrouwenspersoon veel verduidelijken: “Ik kan bijvoorbeeld uitleggen waarom een verslaafde het ene belooft, maar het andere doet. Zulk gedrag is echt een gevolg van de verslaving. Dat inzicht kan je als naaste helpen om er anders mee om te gaan. Ik houd naasten ook een spiegel voor wanneer ze hetzelfde gedrag vertonen door de verslaafde op het ene moment de deur te wijzen en daarna weer in huis nemen. Daarmee houden ze de verslaving in stand.”

Joke geeft naasten vooral handvatten voor het stellen van grenzen. “Ze kunnen bijvoorbeeld zeggen: ‘je mag weer thuis komen wonen, maar dan ga ik wel mee naar de behandeling.’ Naasten weten vaak niet eens dat ze mee kunnen komen. De verslaafde vertelt ze dat doorgaans niet en de behandelaar mag zonder toestemming van de cliënt naasten niet bij de behandeling betrekken. Terwijl behandelaren naasten er graag bij willen hebben, want dat vergroot de kans op succes van de behandeling.” Behandelaren weten Joke ook te vinden, bijvoorbeeld als familie de behandeling in de weg staat. “Soms zijn naasten net zo verslaafd aan hun reddersrol als de verslaafde aan zijn verslaving.”

Zelf overeind blijven voor de ander

Net zoals een verslaafde gemotiveerd moet zijn om af te kicken, moeten naasten gemotiveerd zijn om de verslaafde te helpen. “Loslaten van een geliefde en toezien hoe die worstelt, is ontzettend moeilijk. Grenzen stellen is ook: voor jezelf kiezen. Dat zijn naasten helemaal verleerd. Ze hebben zichzelf immers al zo lang weggecijferd. Soms draait hun leven alleen nog maar om de verslaafde. Naasten zijn helemaal niet bezig met wat ze zelf nodig hebben. De simpele vraag ‘maar hoe is het nou eigenlijk met jou?’, kan al ontzettend veel losmaken.

“Ik geef naasten een eerste duwtje, help ze om door te zetten, weer voor zichzelf te gaan zorgen. Dat is noodzakelijk, want ze zijn echt óp. En als zij omvallen, heeft de verslaafde niemand meer. Ik probeer ervoor te zorgen dat familieleden elkaar gaan steunen, dat ze één lijn trekken en elkaars valkuilen kennen waar de verslaafde misbruik van kan maken. Ik kijk wat ze zelf kunnen en als ze extra hulp nodig hebben wijs ik de weg naar bijvoorbeeld therapie, cursussen of lotgenotencontact. Het mooie van dit werk is dat je mensen ziet groeien en ze stapje voor stapje de regie weer ziet pakken over hun eigen leven.”

Joke van der Veer is familievertrouwenspersoon bij de LSFVP

 

Nelson Mandela, 1918-2013

Loslaten

Om los te laten is liefde nodig.

Loslaten betekent niet dat ’t me niet meer uitmaakt.
Het betekent dat ik het niet voor iemand anders kan oplossen of doen.

Loslaten betekent niet dat ik ‘m smeer.
Het is het besef dat ik de ander ruimte geef.

Loslaten is niet het onmogelijk maken,
maar het toestaan om te leren van menselijke consequenties.

Loslaten is machteloosheid toegeven,
hetgeen betekent dat ik het resultaat niet in handen heb.

Loslaten is niet proberen om een ander te veranderen of de schuld te geven.
het is het jezelf zo goed mogelijk maken.

Loslaten is niet zorgen voor,
maar geven om.

Loslaten is niet oordelen,
maar de ander toestaan mens te zijn.

Loslaten is niet in het middelpunt staan en alles beheersen,
maar het anderen mogelijk maken hun eigen lot te bepalen.

Loslaten is niet anderen tegen zichzelf beschermen,
het is de ander toestaan de werkelijkheid onder ogen te zien.

Loslaten is niet ontkennen,
maar accepteren.

Loslaten is niet alles naar mijn hand zetten,
maar elke dag nemen zoals het komt en er mezelf gelukkig mee prijzen.

Loslaten is niet anderen bekritiseren of reguleren,
maar te worden wat ik droom te kunnen zijn.

Loslaten is niet spijt hebben van het verleden,
maar groeien en leven voor de toekomst.

Loslaten is minder vrezen,
en meer beminnen.

+++

Letting go

To let go doesn’t mean to stop caring: it means I can’t do it for someone else.

To let go is not to cut myself off;
it is the realization that I can’t control another.

To let go is not to enable,
but to allow learning from natural consequences.

To let go is to admit powerlessness,
which means the outcome is not in my hands.

To let go is not to try to change or blame another;
I can only change myself.

To let go is not to care for, but to care about.

To let go is not to fix, but to be supportive.

To let go is not to judge,
but to allow another to be a human being.

To let go is not to be in the middle arranging outcomes,
but to allow others to effect their own outcomes.

To let go is not to be protective;
it is to permit another to face reality.

To let go is not to deny, but to accept.

To let go is not to nag, scold, or argue,
but to search out my own shortcomings and to correct them

To let go is not to adjust everything to my desires,
but to take each day as it comes and to cherish the moment.

To let go is not to criticize and regulate anyone,
but to try to become what I dream I can be.

To let go is not to regret the past,
but to grow and live for the future.

To let go is to fear less and love more.

 

 

Terug