Niet elke huisarts heeft kennis van psychiatrische problematiek

Titia Feldmann, bestuurslid LSFVP, over de familievertrouwenspersoon in het sociaal domein

‘Tot nu toe was de ondersteuning van de familievertrouwenspersoon voorbehouden aan familie en naasten van cliënten die in zorg zijn bij een ggz-instelling. Maar mensen met psychiatrische problemen zijn er natuurlijk niet alleen binnen instellingen. Steeds meer psychiatrische patiënten wonen gewoon thuis. Dat “thuis” kent veel varianten: bij familie in huis, begeleid wonen, een eigen huurcontract, wel of geen zorg aan huis. Er zijn ook mensen die geen thuis meer hebben, die door hun problematiek huis en haard zijn kwijt geraakt en dakloos zijn geworden. Ook daar kunnen zich situaties voordoen waarover de familie zich zorgen maakt, maar geen gehoor vindt bij hulpverleners.

Familie en naasten van thuiswonende psychiatrische patiënten kunnen met hun zorgen terecht bij de huisarts. Maar huisartsen verschillen nogal in hun affiniteit met psychiatrische problematiek en niet alle huisartsen hebben een praktijkondersteuner ggz in hun praktijk. Bij de gemeente kunnen familieleden terecht voor mantelzorgondersteuning. Maar niet alle familieleden zijn mantelzorger. Bovendien richt de ondersteuning van mantelzorgers zich vooral op praktische zaken, zoals een dag extra dagbesteding voor de patiënt om de mantelzorger te ontlasten. De familievertrouwenspersoon is er specifiek voor familie en naasten van psychiatrische patiënten en dat reikt verder dan de gewone ondersteuning van mantelzorgers.

De grote plus van familievertrouwenspersonen is dat ze de ggz goed kennen. Ze hebben contacten met hulpverleners en weten wat er speelt. De familievertrouwenspersoon werkt binnen de soms heel lastige driehoeksverhouding van familie, patiënt en hulpverlener. Het is iemand tot wie je je richt als je de weg niet weet of vastloopt. Juist mensen die nog niet met hulpverleners in aanraking zijn geweest, zoals familie van patiënten die zorg mijden, zouden de familievertrouwenspersoon moeten kunnen vinden. Het zou mooi zijn als zij zouden weten dat ze hun zorgen kunnen uitspreken bij de familievertrouwenspersoon en dat die wellicht iets in gang kan zetten wat ze zelf niet voor elkaar krijgen.’

Terug