Nieuw platform voor naasten van verslaafden

Verslaafd aan Jou zet zich in voor naasten van verslaafden en werkt intensief samen met de familievertrouwenspersonen ggz. Projectleider Veronica Risch: “We zijn gespecialiseerd in de ondersteuning van deze specifieke groep naasten. Dat is nodig omdat bij verslaving heel specifieke problemen spelen. Maar wanneer het probleem complexer is of niet bij ons past, dan verwijzen we naasten door naar organisaties zoals de LSFVP.”

Familievertrouwenspersoon voor complexe problemen

Risch geeft voorbeelden: “Onze manier van werken is heel simpel. We kunnen naasten goed helpen als het alleen om een verslaving gaat. Maar heeft bijvoorbeeld een verslaafd meisje van achttien een persoonlijkheidsstoornis zoals Borderline, dan werkt onze aanpak niet. Tegen iemand die verslaafd is én schizofrenie heeft is, kun je wel zeggen ‘ik ga nu grenzen stellen’, maar dat slaat nergens op. Dan verwijs ik door. De samenwerking tussen Verslaafd aan Jou en de LSFVP zit dus wel goed.

“Jammer genoeg is de samenwerking met sociale wijkteams bijna nihil. Verslaafd aan Jou krijgt geen enkele naaste doorverwezen, terwijl er veel verslavingsproblematiek wordt behandeld in de sociale wijkteams. Naasten krijgen dus vaak niet de ondersteuning die ze nodig hebben.”

De mantelzorger wordt niet gezien

“We hebben met sociale wijkteams geen goede ervaringen” zegt Risch teleurgesteld. “Systeemgericht werken heeft een duidelijke plek, maar kijken naar naasten van verslaafden lijkt compleet nieuw voor ze. Toch heeft elke verslaafde minstens twee naasten in zijn of haar omgeving die ernstig lijden onder het gedrag van de verslaafde. Ik ontmoette een professional die vertelde: ‘O ja, ik had vorig jaar een keer zo iemand in een caseload.’ Ze herkende dus maar één mantelzorger van een verslaafde met problemen, maar had in een jaar zeker dertig cliënten met verslavingsproblematiek aan tafel. Dat betekent dus dat er zestig naasten niet erkend en dus niet ondersteund werden! En zelfs na een proef van een jaar en een training aan alle wijkteams in de gemeente Amersfoort, ontvingen we geen enkele verwijzing. Het enige wat een medewerker van het wijkteam tegen een mantelzorger van een verslaafde hoeft te zeggen is: wat naar zal dit voor jou zijn, bel anders eens een keer met die-en-die, dan kun je ondersteuning krijgen.”

Zelf de mantelzorgers bereiken

Risch en haar collega’s gaan het anders doen: “We hebben het geprobeerd via de wegen die de overheid heeft bedacht, maar die werken niet voor nieuwe vormen van zorg, zoals Verslaafd aan Jou. Er zijn minstens 2,5 miljoen naasten van verslaafden die ondersteuning nodig hebben en toch helpen we er maar een paar duizend per jaar. We gaan het daarom op onze eigen manier doen. Om te beginnen willen we beter vindbaar zijn. Dus gaan we de doelgroep rechtstreeks benaderen, investeren in marketing en communicatie en ons hulpaanbod uitbreiden. Hiervoor lanceren we 19 september het platform ‘Help! Mijn dierbare is verslaafd!’. Dat bestaat uit de informatieve website www.helpmijndierbareisverslaafd.nl en later dit jaar een boek onder die naam. Hierin blijven we uiteraard ook actief de samenwerking zoeken met alle relevante organisaties, ook de sociale wijkteams.”

Inzetten op mantelzorgers voorkomt erger

Risch sluit af met een oproep aan gemeenten en hun sociale teams: “Realiseer je wat voor invloed het zou hebben als je de mantelzorger van een verslaafde eerder kunt bereiken en de juiste ondersteuning kunt geven. Je voorkomt overbelasting van de mantelzorger en leert ze op een gezonde manier om te gaan met de situatie. Ze weten op tijd grenzen te stellen en er consequenties aan te verbinden. Zo zal een zorgmijdende verslaafde ook eerder de consequenties ondervinden van zijn gedrag en is de kans groter dat de verslaafde iets gaat doen aan zijn probleem. Dat de drempel om met ons of de familievertrouwenspersoon contact te zoeken laag is, helpt daarbij.”

Veronica Risch is landelijk projectleider van Verslaafd aan jou

Terug