Versplintering van zorg vraagt om een goede gids

Rob Laane is senior inkoper bij zorgverzekeraar VGZ en bestuurslid van de LSFVP. Hij geeft antwoord op de vraag:

Waarom moeten gemeenten ondersteuning bieden aan familie van ggz-cliënten?

“De verantwoordelijkheden van de verschillende domeinen waar cliënten zorg en ondersteuning vinden, zijn de laatste jaren behoorlijk versplinterd. Voorheen had je zorg die viel onder de Zorgverzekeringswet en zorg die viel onder de AWBZ, meer was er eigenlijk niet. Tegenwoordig vallen zorgtaken die voortvloeien uit de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet onder de verschillende gemeenten en die besteden de uitvoering ervan uit aan evenzoveel organisaties. Er is geen sprake meer van één organisatie of zelfs van één domein. Veel zorg loopt over, mensen maken soms tegelijk gebruik van meerdere domeinen. Daarom is het belangrijk dat het totale veld op een eenduidige manier wordt afgedekt. In alle gevallen kunnen familieleden of naasten tegen fricties aanlopen en het is een goede zaak als ze dan terechtkunnen bij een vertrouwenspersoon die goed op de hoogte is van hun problematiek, ze kan gidsen binnen de zorg en bij fricties ook kan optreden naar buiten toe.

Onzichtbare problematiek

Het lastige van psychische problematiek is dat die vaak onzichtbaar is. Een klein groepje ggz-cliënten veroorzaakt overlast, maar het gros van de ggz-problematiek blijft verborgen. Iemand die somber of depressief is, zal zich naar buiten toe niet zodanig manifesteren dat anderen er last van hebben, die trekt zich juist terug. Er zijn er een heleboel mensen met angststoornissen die eigenlijk geen overlast veroorzaken, maar wel het leven tot last hebben. Er is eigenlijk sprake van onderlast, en die wordt niet gezien door de omgeving, dus ook niet door de gemeente. Naasten en mantelzorgers zien vaak veel meer, maar lopen bij het zoeken van hulp soms vast in een woud van regels, die ook nog eens per regio of gemeente anders kunnen zijn. Het is dan wel fijn als je een vertrouwenspersoon kunt raadplegen die je de weg kan wijzen.

Geen positie, wel vragen

Er zijn een heleboel vastloopmomenten in het traject naar hulp en de juiste zorg. Als ik me zorgen maak over iemand in mijn familie die nog niet in zorg is en ook de noodzaak van een zorgtraject niet inziet, dan bemoei ik me ergens mee wat door de cliënt zelf niet als probleem wordt ervaren. Dan is het voor mij als familie erg lastig om de gemeente tot actie te bewegen. Voor naasten – vrienden, buren, collega’s, docenten – is het nog lastiger, omdat ze geen positie hebben ten aanzien van de cliënt. In de instellingen worden convenanten afgesloten rondom familiebeleid, maar er zijn meer mensen naaste dan familielid. En naasten hebben geen positie, maar wel vragen. Ook zij lopen tegen dingen aan waar ze ondersteuning bij kunnen gebruiken. In de familievertrouwenspersoon vinden ze een gesprekspartner die snapt wat hun rol als naaste of familielid zou kunnen of moeten zijn en die ze kan adviseren over de te nemen stappen.

Voorkom breuk met de cliënt

In de ggz zie je nogal eens dat mensen met psychiatrische problemen er alleen voor komen te staan. Ze verwijderen zich van hun familie en naasten, omdat hun gedrag het onmogelijk maakt om samen te leven. Het is doodzonde dat je zo’n punt bereikt, terwijl er mogelijkheden zijn om een breuk te voorkomen. De familievertrouwenspersoon biedt familie en naasten handvatten om beter met de psychiatrische aandoening om te kunnen gaan en ook hun eigen grenzen te blijven bewaken. En die ondersteuning komt uiteindelijk weer ten goede aan de cliënt.”

Meer informatie over familievertrouwenswerk thuis’ >

Terug