Onderzoeksraad: ‘Versterk de positie van naastbetrokkenen binnen niet-verplichte zorg- en ondersteuningstrajecten, zoals dit nu ook binnen de Wvggz geregeld is.’

Dit is één van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in haar rapport ‘Zorg voor veiligheid, Veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving’. Uit het rapport spreekt dat de veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) en die van hun omgeving onvoldoende is geborgd in het huidige zorgsysteem. De complexe problematiek is daarnaast van invloed op hun zelfredzaamheid. Bovendien zijn zij voor zorg en hulp afhankelijk van veel verschillende organisaties, die niet vanzelfsprekend met elkaar samenwerken. Het rapport is gebaseerd op onderzoek naar aanleiding van zeven casussen waarbij de veiligheid van mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) en hun omgeving in het geding was. In de praktijk blijkt dat er op het gebied van veiligheid nog winst valt te boeken voor zowel patiënten als hun omgeving.

‘Het kost veel tijd om de juiste hulpbehoefte voor mensen met een EPA vast te stellen. Naast geestelijke gezondheidszorg (ggz) hebben zij ook vaak hulp nodig op het gebied van huisvesting, financiën, relaties, werk en dagbesteding. Als de hulpbehoefte eenmaal duidelijk is, kan het echter lang duren voordat een EPA- patiënt ook de juiste hulp krijgt aangeboden. De financieringsstructuren voor zorg en ondersteuning zijn nu niet ingericht op het bieden van de meervoudige hulp die deze kwetsbare groep nodig heeft. Wachttijden in de ggz en in het sociale domein belemmeren de toegang tot passende zorg en hulp. Daarbij komt dat zorgaanbieders zich terughoudend opstellen in het aanbieden van deze relatief dure zorg.’

‘Familie en hulpverleners doen vaak talrijke pogingen om deze personen, al dan niet gedwongen, te laten behandelen, medicatie te geven en ondersteuning te bieden zodat ze een enigszins normaal leven kunnen leiden. Een complicerende factor is dat personen met een EPA, als gevolg van hun aandoening, ook door eigen toedoen verder in de problemen kunnen komen. Schrijnend zijn de situaties die ondanks de betrokkenheid van familie, zorg- en hulpverlening, levensbedreigend escaleren, waardoor fors ingrijpen door de politie onontkoombaar is. Ook laat de praktijk aangrijpende dilemma’s in de zorg en hulpverlening zien, zoals in situaties van zelfverwaarlozing waarbij het recht op zelfbeschikking kan botsen met het recht om goede zorg te ontvangen. In sommige gevallen blijkt dat noch de betrokkenheid van familie, noch de zorg en hulpverlening konden voorkomen dat een persoon overleed aan de (in)directe gevolgen van zijn ernstige psychische aandoening.’

De Onderzoeksraad beveelt aan dat relevante partijen een akkoord sluiten dat specifiek is gericht op zorg en hulp aan mensen met een EPA. Dit moet leiden tot een samenhangend zorgaanbod dat nauw aansluit op de behoefte aan meervoudige en episodische zorg en ondersteuning op diverse levensterreinen, van mensen met een EPA.

Andere aanbevelingen zijn onder meer:

  • zorg voor één integraal budget van waaruit alle zorg en ondersteuning betaald wordt.
  • vergoed de kosten voor multidisciplinaire afstemming en samenwerking, het raadplegen van naastbetrokkenen, en het gezamenlijk leren van voorvallen.
  • genereer meer aandacht voor het delen van patiëntgebonden informatie op basis van de criteria ‘conflict van plichten’, ‘goed hulpverlenerschap’, en ’vitaal belang’
  • zorg voor een domeinoverstijgende manier van samenwerken, die gericht is op de meervoudige zorg- en ondersteuning van de patient.

 

Terug